Autonomie-versterkend werken

sleutelkenmerk van goede behandel- en samenwerkingsrelaties van de OG'er en GZ-psycholoog

vijfdaagse cursus
Startdata
-
1533.24.01
€ 900,00
Data en accreditaties
Data
Woensdag 05 juni 2024 van 09:30 tot 16:30
Woensdag 12 juni 2024 van 09:30 tot 16:30
Maandag 17 juni 2024 van 09:30 tot 16:30
Maandag 24 juni 2024 van 09:30 tot 16:30
Maandag 01 juli 2024 van 09:30 tot 16:30
Accreditaties
NVO SKJ - (Ortho)pedagoog Aangevraagd  
NIP K&J - Kinder- en Jeugdpsycholoog Aangevraagd  
FGzPt - Klinisch Psycholoog Toegekend  
herregistratie 30 punten
RINO amsterdam | Leidseplein 5 - | AMSTERDAM

Is de cursus vol, reeds gestart of komt de geplande datum niet uit? Laat vrijblijvend weten dat je interesse hebt en krijg automatisch een bericht als de cursus (opnieuw) ingepland wordt.

Interesselijst

Autonomieproblemen zijn geassocieerd met een veelheid aan typen psychische stoornissen, verstoorde relaties, en andere vormen van (on)welbevinden en stress. Bij het werken aan autonomieproblemen hebben behandelaars het gevoel dat ze werken aan wat cliënten de ‘kern’ van hun problemen noemen.  Wat kan er aan autonomieproblemen worden gedaan? Marrie Bekker en Brenda Kouwenhoven hebben, samen met andere collega’s, de autonomie-versterkende (groeps)aanpak ontwikkeld (‘Autonomy Enhancing Therapy’’ (AET)), geprotocolleerd. De laatste decennia is veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit van autonomie-versterkende therapie (AET). Het doel van AET is autonomieversterking, met als gevolg ook klachtvermindering, gedragsverandering en verbetering van relaties en welzijn. De transdiagnostische aanpak impliceert dat ook comorbide klachten worden aangepakt; en doordat AET de kern van problemen raakt, is sprake van een meer duurzame therapievorm. Als je deze cursus gevolgd hebt, kun je de autonomieversterkende aanpak in de praktijk toepassen.

Doelgroep
Voor GZ-psychologen, Orthopedagogen-Generalist en KJ-psychologen NIP, die graag hun handelingsrepertoire willen uitbreiden én voor psychologen/orthopedagogen die momenteel een postmasteropleiding volgen.
Doelgroepen van deze cursus: adolescenten en jong-volwassenen, volwassenen en ouderen.
De inhoud van de cursus is ook bruikbaar voor werkbegeleiding en coaching van collega’s of teams.

Aan de cursus nemen daarnaast cursisten van de BIG-opleiding tot Orthopedagoog-Generalist van RINO amsterdam deel. 

Doelstelling  
Na afloop van de cursus weet/ken je: 

  • wat autonomie-gehechtheid is en hoe je dit kunt meten/ diagnosticeren; 
  • welke individuele verschillen een rol spelen m.n. qua sekse/gender en etnische herkomst; 
  • de relatie van autonomie-gehechtheid met psychopathologie; 
  • de principes en effecten van Autonomie-Versterkende Therapie (AET);​
  • de hoofdprincipes van AET toe te passen binnen de kerndomeinen van de OG:  individueel behandelen, systeemgerichte hulpverlening, begeleiden van een team en/of coachen van collega's, samenwerken in netwerk of keten, en bijdragen aan beleid of organisatie

Inhoud
Autonomie-gehechtheid is het vermogen tot zelfsturing in verbondenheid en relaties met anderen. Hoe meer mensen hun autonome doelen - voortkomend uit gezonde behoeften, kunnen nastreven, hoe gemotiveerder ze zijn en hoe groter hun welbevinden. Autonomie-gehechtheid bestaat uit drie componenten, de eerste is zelfbewustzijn ofwel het vermogen om zich bewust te zijn van eigen meningen, wensen en behoeften en deze in sociale interacties te uiten. De tweede is gevoeligheid voor anderen, ofwel gevoeligheid voor de meningen, wensen en behoeften van anderen. De derde component betreft het vermogen tot het hanteren van nieuwe situaties.

In deze cursus introduceren we eerst het gender-sensitieve, moderne begrip van autonomie: autonomie-gehechtheid (‘autonomy-connectedness’). Naar dit fenomeen is de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan en bekend zijn de relaties van zwakke autonomie met het gehele palet aan psychopathologie. Ook is bekend hoe autonomie-gehechtheid zich verhoudt tot sekseverschillen en etnische/culturele verschillen. 

Autonomie-gehechtheid is goed meet- en diagnosticeerbaar, en er zijn normgegevens beschikbaar voor het desbetreffende meet- en diagnostische instrument, de AGS-30, bruikbaar bij personen vanaf 16 jaar. Sinds 2016 is er het behandelprotocol voor  Autonomie-Versterkende Therapie (Autonomy-Enhancing Therapy; AET), inmiddels een evidence-based therapievorm. Dit protocol is vooral bedoeld voor GZ-psychologen of Orthopedagogen Generalist en betreft een groepsaanpak, maar AET is ook individueel toepasbaar. De cursus behandelt de kernaspecten van AET, waarbij o.a. de volgende thema’s aandacht krijgen: ‘Overlevingsstrategieën’, leergeschiedenis, Ouder-kind en rolmodellen uit gezin van herkomst, Voelen van en omgaan met grenzen, Communicatie, Emoties en cognities en Relaties en Vriendschappen.

Vanwege het grote belang van autonomie-gehechtheid voor het werkdomein van zowel de GZ-psycholoog als de OG zijn in deze cursus de kernaspecten van AET speciaal toepasbaar gemaakt voor zowel de voornaamste GZ- als OG-werkzaamheden. 

Welke werkzaamheden bedoelen we dan? Tot het gebied van de deskundigheid van de Orthopedagoog-Generalist wordt gerekend het verrichten van diagnostiek en het behandelen en begeleiden van zich in een persoonlijke afhankelijkheidsrelatie bevindende personen met leer-, gedrags-, emotionele en/of ontwikkelingsproblemen. Met “afhankelijkheidsrelatie” wordt bedoeld dat de betreffende personen niet of onvoldoende zelfredzaam zijn en zich zonder hulp niet in de (complexe) maatschappij kunnen handhaven. De afhankelijkheid kan gebonden zijn aan een leeftijdsfase of aan al of niet verworven beperkingen, dit kan tijdelijk zijn of permanent.

De inhoud van de AET is een zeer bruikbare aanvulling voor de orthopedagoog-generalist, bij het behandelen van kind en ouders, bij het begeleiden of behandelen van adolescenten, volwassenen en ouderen, maar ook bij de (werk)begeleiding van groepsleiding, persoonlijk begeleiders, docenten en/of ambulant of jeugdhulpverleners, het werken met teams en het samenwerken in netwerk of keten.

NB. Overal waar de Orthopedagoog-generalist genoemd wordt, kan vanzelfsprekend ook de GZ-Psycholoog worden gelezen.

Aan te schaffen literatuur

  • Bekker, M., Helsdingen, M.A. van, Rutten, L. & Kouwenhoven, B. (2016). Behandelprotocol voor autonomieversterkende interventie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Accreditatie
We zijn voornemens accreditatie aan te vragen bij NIP KJ, NVO en FGzPt.