Onder de loep | De kracht van Nature Based-interventions

23 feb 2026

Psychiater Matthijs van Middelkoop en wilderniscoach Alexander Nieuwenhuis verzorgen samen de cursus De kracht van Nature Based-interventions bij RINO amsterdam. In deze unieke cursus verblijven deelnemers op het prachtige landgoed Yügen Forest midden in de natuur van de Flevopolder om kennis te maken met de helende werking van de natuur. De aandacht voor natuur als werkzame factor in de geestelijke gezondheidszorg groeit snel en deze cursus leert professionals hoe ze die laagdrempelig kunnen inzetten in hun behandeling, ook als deze in een stedelijk gebied plaatsvindt.

In dit interview vertellen ze meer over de cursus en delen ze hun persoonlijke ervaringen met de helende werking van de natuur.

Dit is een hele unieke cursus in ons aanbod, zowel vanwege de locatie als het onderwerp. Hoe zijn jullie op dit idee gekomen en hoe hebben jullie elkaar hierin gevonden?

Matthijs: Het idee is voortgekomen uit mijn eigen verlangen om weer meer buiten te zijn. Ik heb heel lang mijn werk binnen gedaan en buiten zijn ontzettend gemist. Tijdens mijn studietijd in Amsterdam was ik vrijwel alleen maar binnen en leidde ik bijna een sedentaire levensstijl. Pas later, in Zweden, heb ik herontdekt hoe belangrijk natuur voor me is. Dat kreeg ik vroeger in mijn opvoeding wel mee, maar ergens was ik dat kwijtgeraakt. Ik heb er een soort persoonlijke missie van gemaakt om de zorg meer te vergroenen en mensen weer naar buiten te krijgen: groen op recept als basis.

Ik heb Alexander ontmoet dankzij mijn vrouw die een trip bij hem had geboekt. We hadden meteen een hele leuke klik. Ik wilde de wat vastgeroeste groep psychiaters weer mee naar buiten krijgen. Daar heb je een inspirerend verhaal en de juiste persoon voor nodig. Daarnaast merkte ik dat andere zorgverleners ook steeds minder buiten komen. Ik denk dat als zij zelf weer echt de verbinding met de natuur voelen, ze die vanzelf ook meer zullen inzetten in hun werk. Vanuit die gedachte is het idee verder gegroeid.

Matthijs, jij komt vanuit de psychiatrie. Alexander, jij bent onder andere coach en bushcrafttrainer. Wat is jullie rol binnen de cursus en hoe vullen jullie elkaar aan?

Alexander: In de basis leer ik mensen hoe ze een vuurtje maken en welke planten ze kunnen eten. Maar mijn persoonlijke interesse zit ook in wat dat proces laat zien. De manier waarop iemand een vuur maakt, zegt vaak veel over wie iemand is, hoe die met frustratie omgaat en waar iemand staat. Soms maak ik dat ook onderwerp van gesprek. Ik zie dat mensen die een training bij me volgen in de natuur anders weggaan dan ze binnenkomen. Dat zit niet alleen in de vaardigheid, maar ook in het persoonlijke aspect en de gesprekken die ontstaan. Wat deelnemers uiteindelijk bijblijft, is niet alleen dat ze een vuur kunnen maken, maar vooral hoe anders ze zich tijdens dat weekend zijn gaan voelen. Die vaardigheid is een ingang naar iets diepers.

In de samenwerking brengt Matthijs zijn ervaring, scholing en wetenschappelijke onderbouwing mee. Ik werk meer vanuit het ervaringsgerichte, vanuit vaardigheden en directe natuurbeleving. Soms raken onze rollen elkaar en zullen we ook elkaars terrein betreden. Juist in dat overlappende gebied vullen we elkaar aan.

Matthijs: Alexander zit sterk in die diepere natuurverbinding. Hij leert mensen ervaringsgericht begrijpen hoe de natuur in elkaar zit en hoe je ermee interacteert. Mijn rol ligt meer aan de zorgkant. Wat kun je als zorgverlener concreet doen met natuur in je werk met cliënten? Tegen welke grenzen loop je aan en welke indicaties en contra-indicaties zijn er? Hoe neem je een cliënt mee naar buiten als je zelf nog weinig kennis hebt van natuur? Dat kan best spannend zijn.

Deze cursus vindt niet in een lokaal plaats, maar drie dagen lang op een landgoed midden in de natuur. Wat doet die setting volgens jullie voor het leerproces?

Alexander: Als ik mijn weekendtrainingen buiten geef, bijvoorbeeld rond survival, vuur maken, shelters bouwen en eetbare planten verzamelen, dan laat ik mensen altijd al op vrijdagavond komen. Die avond is er eigenlijk geen programma. Mensen vragen dan vaak wat we gaan doen en waarom ze eerder moeten komen. Maar juist dat begin, zonder programma, is belangrijk.

Mensen komen meestal uit een druk leven, met volle agenda’s en een lange to do lijst. Ze hebben een intensieve week achter de rug. Je moet er eerst echt even uit om te kunnen veranderen, om rust toe te laten en je zenuwstelsel te laten kalmeren. Alleen al het buiten zijn en buiten slapen doet iets. Je ritme wordt op een bepaalde manier gereset. Daardoor worden mensen ontvankelijker voor wat we aanbieden. Ze kunnen het beter laten binnenkomen en zich ook echt laten raken. Ik denk dat de locatie daarin een grote rol speelt.

Matthijs: De locatie was voor mij vanaf het begin een belangrijk aspect. Toen ik het idee voor deze cursus kreeg, wist ik meteen dat ik niet in een kantoor of klaslokaal wilde zitten. Ik heb zelf ervaren, onder andere in Zweden en ook met Alexander, hoe fijn het is om buiten te leren. Je hebt veel meer elementen om je heen die je direct kunt gebruiken. Daarnaast merk je dat mensen buiten een vrijere en nieuwsgierigere leerhouding aannemen.

Het zou eigenlijk vreemd zijn om een cursus over het gebruik van natuur binnen in een lokaal te geven. Daarom kiezen we er ook bewust voor om niet in een hotel naast een stukje groen te zitten, maar echt op een natuurrijke locatie waar we in tenten slapen. We hebben nog overwogen om deelnemers meteen in shelters te laten slapen, maar voor veel professionals is dat misschien net een stap te ver. Dit is een mooie tussenvorm: je slaapt buiten, maar op een toegankelijke manier.

Wanneer hebben jullie zelf voor het laatst ervaren dat natuur hielp bij het hervinden van balans, en wat zegt dat over hoe weinig we natuur inzetten binnen de ggz?

Matthijs: Ik werk momenteel online vanuit Praag en daardoor is het lastig om de natuur actief te betrekken in mijn werk met cliënten. Online naar buiten gaan, betekent werken met telefoons en oordopjes en je moet rekening houden met een verbinding die kan wegvallen. Dat is niet ideaal. Ik richt me nu meer op het motiveren van mensen om zelf naar buiten te gaan en geef hen daarbij concrete oefeningen mee. Dit gaat meer de richting op van green prescribing.

Tegelijk merk ik ook hoe vol mijn dagen zijn en hoe makkelijk het is om zelf nauwelijks buiten te komen. Ik moet mijn tijd echt bewust indelen om naar buiten te gaan, en dan niet alsnog mijn telefoon mee te nemen om mijn mail te checken. Dat werkt niet. Bijna dagelijks merk ik dat als ik mijn telefoon thuislaat en gewoon rustig een rondje door het park loop, stap voor stap observerend, ik veel rustiger word. De drukte van de dag zakt dan weg.

Vanmorgen heb ik voor het eerst in lange tijd weer mijn zitplek in de tuin opgezocht. Gewoon twintig minuten zitten en observeren. Dat deed ik vroeger vaker, maar ik moest er nu een half uur eerder voor opstaan. In de kou in de tuin zitten. Dat geeft meteen veel rust. Je moet er even moeite voor doen, maar het effect is gelijk merkbaar.

Alexander: Ik woon een groot deel van het jaar in Italië midden in de natuur. In mijn huis moet ik elke dag een vuur maken om het warm te krijgen. Dat betekent hout drogen en splijten. De voorbereiding begint eigenlijk al een jaar eerder. Waar je in Nederland de thermostaat aanzet, moet ik hier altijd eerst naar buiten toe om het huis daarna op te kunnen warmen. Zo ben ik de hele tijd in de natuur.

Vroeger dacht ik bij bomen kappen: moet dat nou? Maar als je je erin verdiept, zie je dat goed en zorgvuldig kappen ook bijdraagt aan de groei van het bos. Doordat ik dagelijks gedwongen ben om een relatie met buiten te hebben, geeft dat een enorme stabiliteit in mijn emotionele leven. Ik heb minder extreme pieken en dalen, omdat die verbinding er continu is.

Ik zie het effect van de natuur ook heel sterk bij mijn zoontje van tweeënhalf. Als hij onrustig is en ik niet goed weet waar het vandaan komt, is het soms al genoeg om hem even mee naar buiten te nemen. Zodra we de deur uit zijn, is hij eigenlijk al gekalmeerd. Dat effect is zo snel merkbaar.

Welke interventies zijn evidence-based? Wat houdt de ggz tegen om natuur structureel als werkzame factor in te zetten?

Matthijs: Er bestaan vooral veel reviews, maar nog relatief weinig randomized clinical trials. Die beginnen overigens wel te komen. Wat we wél zien, is dat buiten zijn in een groene omgeving op veel vlakken verbetering geeft. Denk aan stressreductie, stemmingsverbetering, meetbare afname van depressieve klachten en angst, verlaging van hartslag en bloeddruk. We weten eigenlijk al dat buiten zijn gezond is. Je moet niet alles uitstellen tot er allerlei wetenschappelijke onderzoeken zijn gedaan, maar ook durven toepassen wat al overtuigend aannemelijk is.

Neem nou forest bathing, een vrij geprotocolleerd buitenprogramma waar inmiddels behoorlijk wat onderzoek naar is gedaan. Daar zien we effecten op stemming, stress, angst, bloeddruk en zelfs op manische symptomen in psychometrische metingen. Het lastige is alleen dat het moeilijk blijft om één specifieke factor uit natuurinterventies te isoleren en precies te meten wat nu het werkzame element is. Zelfs iets als dennengeur in een auto kan al een klein positief gezondheidseffect hebben. Blijkbaar zijn we als mens zo verbonden met natuur dat zelfs een herinnering eraan al iets doet.

En wat de ggz tegenhoudt? Vaak denkt men dat het niet kostenefficiënt is, terwijl onderzoek juist laat zien dat bijvoorbeeld green prescribing en social prescribing kosteneffectief kunnen zijn. Daarnaast zijn er veel praktische bezwaren: is het veilig, is er privacy, wat doe je bij slecht weer, zijn er toiletten, wat als er iets gebeurt? Dat zijn allemaal beren op de weg. Veel daarvan zijn goed op te lossen.

Wat zouden jullie bewoners van grote steden en instellingen die daar gevestigd zijn adviseren om toch te profiteren van de kracht van de natuur?

Matthijs
: We zijn vaak geneigd om meteen te denken aan wildernis of uitgestrekte natuurgebieden. Maar als je simpelweg omhoog kijkt, is de lucht er altijd. Er zijn vogels, er zijn seizoenen, er zijn temperatuurverschillen. Dat zijn ook allemaal aspecten van de natuur. Zelfs op een balkon op drie hoog achter kun je natuur waarnemen. Je kunt patronen zien, veranderingen opmerken, zelfs als er vliegtuigen doorheen vliegen.

Soms heb je maar heel weinig nodig. Een kamerplant kan al iets doen. Ik heb een mentor in Zweden die in Londen een cursus rewilding gaf aan vrouwen die veel binnen zitten. Tien sessies lang spraken ze over planten op hun balkon. Die vrouwen waren ontzettend enthousiast en voelden zich meer verbonden met de natuur, terwijl ze midden in een volledig geïndustrialiseerde omgeving wonen. Het laat zien dat je met weinig al veel kunt doen. Zelfs het mos tussen de stoeptegels is iets waar je je over kunt verwonderen. Het begint met mensen bewuster maken van wat er al is zodra ze de deur uitlopen.

Alexander: Vanuit gezondheidsperspectief is iets heel eenvoudigs als een wandeling na het eten al waardevol. Vroeger was dat heel normaal, gewoon tien minuten even naar buiten. Dat helpt ook bij hoe je lichaam met insuline omgaat en ondersteunt de vertering. Zo’n kleine gewoonte brengt je al naar buiten. En als je eenmaal buiten bent, kun je vanzelf meer gaan zien van wat er om je heen is.

Veel praktijken zijn in stedelijke gebieden gevestigd. Is het dan ook mogelijk om natuur echt onderdeel van de behandeling te maken? Niet alleen als huiswerk, maar ook samen tijdens de sessie.

Matthijs: Dat kan zeker. Er zijn bijvoorbeeld buitenpsychologen die in een stedelijke setting gewoon hebben gezegd: we gaan naar buiten. Zij spreken met cliënten af in de natuur en doen bijna alles buiten. Soms hebben ze een kleine ruimte of keet als uitvalsbasis, maar het uitgangspunt is buiten zijn.

Ik merk wel dat er soms wat weerstand is. In een drukke poli met consulten van twintig minuten voelt het al snel als een hele opgave om steeds naar buiten te moeten gaan. Maar er zijn wel degelijk mogelijkheden. Als je in een FACT-team werkt, kun je ook in een park afspreken. Toen ik in een kliniek in Nederland werkte, heb ik vrijwel al mijn gesprekken buiten gevoerd, desnoods in de tuin. Zelfs met cliënten die net binnenkwamen, gingen we eerst naar buiten om te praten. Dat voelde vaak als een veel warmer welkom.

Het vraagt enige vrijheid in denken en de bereidheid om het gewoon te proberen. Je kunt klein beginnen, door samen naar buiten te gaan of oefeningen mee te geven. En soms werkt het zelfs verrassend goed om het letterlijk als recept mee te geven: twintig minuten per dag naar buiten. Op de een of andere manier krijgt het meer gewicht als het door een behandelaar wordt voorgeschreven.

De cursus Nature-Based interventions vindt plaats op het landgoed van Yūgen Forest in de Flevopolder dat is ontworpen voor betekenisvolle bijeenkomsten in de natuur en tegelijkertijd van alle gemakken voorzien. Een bosrijke en verstilde locatie die uitnodigt tot vertraging, verbinding en reflectie.

De cursus bestaat uit afwisselende lezingen, praktische oefeningen en reflectiemomenten. Je leert onder andere over stresshersteltheorie, attention restoration, biophilia theorie, de rol van licht voor het slaap-waakritme, en natuurverbondenheid als herstelmechanisme.

Benieuwd naar de cursus De Kracht van Nature-Based interventions? Lees er hier meer over.


Nieuwsoverzicht

Deel dit artikel

Social media

Volg je ons al op social media?

RINO op Twitter