23 sep 2025
“Je moet altijd het belang van het kind voor ogen houden.” Voor Walter Wilschut is dat de kern van zijn werk. Maar hoe doe je dat in een complexe grootstedelijke context? De postmaster opleiding Schoolpsycholoog gaf hem nieuwe inzichten en praktische handvatten. In dit interview vertelt hij hoe hij de opleiding heeft ervaren.
Terug naar het begin van je carrière. Waarom koos je voor het onderwijs?
“Ik ben in 2005 gaan werken als basispsycholoog bij toen nog een onderwijsbegeleidingsdienst. Dat was nog in de tijd voor het passend onderwijs. Het onderwijs heeft mij altijd getrokken. Ik kom ook uit een familie van onderwijzers. Ik studeerde eerst psychologie, maar ook daar trok de jeugdkant me. Toen vroeg ik mezelf af: ga ik de klinisch behandelende kant op of het onderwijs?”
“Het onderwijs is ook zo breed. Als je het hebt over kinderen, ze bewegen echt in een natuurlijke context. In het onderwijs zie je echt hoe kinderen zijn en zich ontwikkelen. Dat vind ik geweldig!”
Wanneer kwam je op het idee om de opleiding tot schoolpsycholoog te doen?
“Dat had best een lange inleiding. In 2015 stapte ik over naar PPO in Rotterdam. De grootstedelijke context heeft me altijd getrokken, dus ik zat daar vanaf het begin af aan al goed. Je had in die tijd dat het hele passend onderwijs gestalte moest krijgen in de wijken. Dus ik had de rol om scholen en directies bij elkaar te brengen. Ik was ook schoolcontactpersoon en heel erg bezig om leerkrachten in hun kracht te zetten.”
“Met de jaren merkte ik dat bepaalde vraagstukken complexer werden. Zo hebben we veel te maken met nieuwkomers, kinderen die uit het buitenland komen en geen onderwijs hebben gevolgd. Of ouders die niet in verbinding staan met scholen. Hoe geef je dat meer gestalte? Hoe kan ik daaraan bijdragen? Die vragen stelde ik mezelf, maar ik kreeg ook van anderen vragen. Of ik mee kon kijken naar veerkrachtige teams, zorgplicht, inclusiviteit in het onderwijs bijvoorbeeld. Ik wilde mezelf beter equiperen. Dat kon met de opleiding Schoolpsycholoog.”
Waar had je van de opleiding gehoord?
“Collega’s hebben ook de opleiding gevolgd. Dus via hen wist ik van het bestaan af. Mijn leidinggevende zag het ook zitten. En nadat ik me in de opleiding verdiept had, zag ik dat deze naadloos aansloot op wat ik wilde.”
Wat vond je van de opleiding?
“Ik heb geen moment spijt ervan. Het heeft me op veel verschillende lagen goed bediend. Daar waar de indruk bestaat dat de opleiding opleidt tot goede onderzoekers, leidt het je juist op in de breedste zin van het woord. Daarmee bedoel ik: op individueel niveau, naar groepsniveau en ook systeemniveau.”
“Eerst werkte ik vooral op individueel niveau. Maar het kan ook zijn dat bijvoorbeeld een leerkracht aan me vraagt hoe het zit met de groepsdynamiek en of ik wil meekijken. Of dat ik op schoolniveau mee help. Bijvoorbeeld advies uitbrengen op het toewerken naar een veerkrachtig team. De laag erboven is het systeemniveau. Hierop acteer ik nu ook meer binnen het samenwerkingsverband. Dat betreft bijvoorbeeld de opdracht in de wijken het inclusieve onderwijs met elkaar in kaart te brengen en scholen aan te sporen hiaten te dichten.”
“De opleiding is heel waardevol en ook intensief. Je moet 2790 werkervaringsuren kunnen aantonen en ook supervisie van 90 uur hebben gevolgd voor het afronden van de opleiding. Op donderdagavond hadden we les. Op vrijdag had ik supervisie. Maar je doet alles met een selecte groep. Je krijgt te maken met collectieve intelligentie. Je leert zo veel van elkaar. Je wordt heel hecht. De groep steunt je echt.”
Wat vond je van de inhoud?
“Je leert zowel de basis als specialistische onderwerpen. Een voorbeeld is het vak Onderwijsinnovatie. Dat gaat heel erg de diepte in. Hoe werk je als team aan een duurzame cultuur op je school? Je leert om met een andere bril te kijken. Ik keek vooral eerst naar de interactie tussen leerling en leerkracht. Nu kijk ik naar het bredere verhaal. De rode draad is het handelsgericht werken. Alles wat ik leerde, paste ik de week erop toe in mijn werk.”
Welk groeimoment staat je bij?
“Ik kan best uitgebreid praten. Een keer gaf ik voor de Erasmus Universiteit een presentatie in het Engels. Ik dacht bij mezelf: laat ik nu eens niet zo veel op de sheet zetten. Laat ik kort en bondig zijn. Ik had net de module presentatievaardigheden achter de rug. Dat korte en bondige werkte gewoon!”
“Ook zie ik in dat humor goed aanslaat. Bij het vak Onderwijsinnovatie schreef ik met mijn groepje vragen op kaartjes gezet om inclusie tussen de oren van professionals in scholen te krijgen. De kaartjes stopten we in een pot. De zogenaamde Inclusionator. Vervolgens lazen we het op een Tell Sell manier voor. Hilarisch! Inclusieve termen, zoals inclusionator, blijven veel beter hangen.”
Wat merk je nu op je werk nadat je de opleiding hebt afgerond?
“Wat ik altijd belangrijk heb gevonden, is dat je altijd het belang van het kind voor ogen moet houden. Ik weet nu veel beter hoe te schakelen tussen verschillende niveaus. Maar dat doe ik altijd vanuit het belang van het kind. We merken allemaal dat als je bepaalde adviezen geeft, dat niet altijd even goed landt. Maar nu heb ik een heel arsenaal aan tools en een stappenplan. Dat is echt onmisbaar geworden in mijn werk.”
Wil je nog iets kwijt aan werkgevers?
“Ik wil werkgevers die erover nadenken hun werknemers de opleiding te laten volgen echt uitnodigen zich te verdiepen in wat de opleiding te bieden heeft. Ik hoor nog wel eens dat werkgevers daar te beperkt zicht op hebben. Of dat ze vooral denken dat je alleen leert heel goed onderzoek te doen. We zijn als schoolpsycholoog veel breder inzetbaar.”
Lees meer over de Postacademische opleiding Schoolpsycholoog.
Weten hoe je het gesprek aangaat met je werkgever? Download de werkgeversflyer.
Deel dit artikel
RINO op Twitter
Tweets van @rinoamsterdam