19 mrt 2026
Sociaal psycholoog, trainer, coach, EFT-therapeut en focusingprofessional Japke Ebbinge verzorgt bij RINO amsterdam een cursus over focusing: een benadering die bij velen relatief onbekend is, maar volgens haar en vele anderen een krachtige aanvulling kan zijn op bestaande behandelvormen. In haar eigen praktijk en trainingen werkt ze al jaren met focusing, waarbij niet alleen het denken maar juist ook de lichamelijk gevoelde ervaring (felt sense) een belangrijke ingang vormt voor verandering.
In dit interview vertelt ze hoe ze met focusing in aanraking kwam, wat deze werkwijze onderscheidt van mindfulness en hoe professionals focusing gemakkelijk kunnen integreren in hun bestaande praktijk.
Focusing is nog relatief onbekend. Hoe ben jij ermee in aanraking gekomen, en wat sprak je zo aan dat je uiteindelijk focusing-trainer bent geworden?
Japke: Focusing bestaat al heel lang. Eugene Gendlin, de grondlegger, ontwikkelde het in de jaren zeventig. Hij zei zelf ook: ik heb focusing niet uitgevonden, ik heb alleen de felt sense gevonden. Dat is voor mij echt de kern: dat vage, lichamelijk gevoelde weten. Een brok in je keel, een knoop in je maag, een onbestemd gevoel van spanning, of juist iets van opluchting of verheuging. Vaak negeren we dat, terwijl daar juist veel informatie in zit.
Ik kwam ermee in aanraking doordat ik zelf na een hersenschudding lichamelijke klachten hield. Toen merkte ik: ik heb wel psychologie gestudeerd, maar wat weet ik eigenlijk weinig van het lijf. Dit viel niet weg te reflecteren. Via sensorische integratie en een lichaamsgerichte opleiding kwam ik een boekje over focusing tegen. Dat sprak me ontzettend aan en ik wilde er meer van weten. Daarna ben ik in de leer gegaan bij René Maas en later verder opgeleid tot begeleider en trainer bij Ria van Hage.
Wat me zo aansprak, was dat ik merkte hoe krachtig het is, bij mezelf en bij cliënten. Zodra je het lijf erbij betrekt, gebeurt er iets wezenlijk anders. Sinds focusing in mijn leven is gekomen, is het eigenlijk niet meer weg te denken.
Kan focusing geïntegreerd worden in een bestaande werkwijze, zonder dat het ‘weer een nieuwe methode’ wordt waar professionals extra tijd voor moeten vrijmaken?
Japke: Ja, absoluut. Het gaat niet zozeer om extra tijd, maar om een andere manier van werken en vooral ook van aanwezig zijn als professional. Focusing is niet iets wat je er nog eens bovenop doet. Het kan juist heel mooi aansluiten bij allerlei andere therapievormen, zoals bijvoorbeeld CGT, EFT of ACT.
Wat ik vaak zie, is dat mensen ofwel over hun probleem praten, ofwel helemaal samenvallen met hun emotie. In beide gevallen ontstaat er niet altijd beweging. Je kunt veel inzicht krijgen, maar nog steeds hetzelfde blijven voelen. Focusing werkt vanuit de ervaring, vanuit die felt sense. Als je daarbij kunt blijven, kan er iets gaan verschuiven.
Dat vraagt wel iets van de behandelaar. Veel professionals zijn heel cognitief getraind en vinden het spannend om echt contact te maken met het lijf, bij de cliënt maar ook bij zichzelf. Terwijl juist daar veel te winnen is. In trainingen merk ik vaak hoe verrast mensen zijn over hoe dichtbij een gesprek ineens kan voelen, zonder dat iemand veel hoeft uit te leggen. Je hoeft soms niet eens precies te weten waar het over gaat om toch iets wezenlijks te laten gebeuren.
Dus nee, het hoeft geen extra methode te worden. Maar het vraagt wel openheid, vertraging en de bereidheid om als therapeut ook zelf meer belichaamd aanwezig te zijn.
Zowel focusing als mindfulness nodigen uit tot aandachtig en aanwezig zijn zonder oordeel. Wat zijn volgens jou de belangrijkste overeenkomsten en de wezenlijke verschillen in hoe ermee gewerkt wordt?
Japke: De belangrijkste overeenkomst is dat mindfulness eigenlijk heel mooi past bij de eerste stap van focusing: ruimte maken. Eerst vertragen, aanwezig zijn, zonder oordeel opmerken wat er is. Dat is ook in focusing heel belangrijk.
Het verschil zit hem daarna in het werken met de felt sense. In focusing ga je met dat nog vage, lichamelijk gevoel in contact. Je blijft er niet alleen bij aanwezig, maar je gaat er ook een dialoog mee aan. Je onderzoekt: hoe voelt het precies, wat zit erin, wat heeft het nodig, waar wil het heen? Daarin zit echt de beweging van focusing.
Mindfulness is heeft dus onderdelen van focusing in zich, maar focusing gaat een stap verder in het expliciet werken met die lichamelijk gevoelde betekenislaag.
Kunnen onze lezers via een korte oefening alvast kennismaken met de essentie van focusing?
Japke: Zeker! Met deze eenvoudige oefening kun je ervaren wat een felt sense eigenlijk is.
Stap 1: Twee mensen voor de geest halen
Denk aan twee mensen: eerst aan iemand bij wie je je heel prettig voelt en daarna aan iemand bij wie je je juist niet zo prettig voelt. Neem ze om de beurt in gedachten, misschien kun je ook allerlei redenen bedenken wat die ene persoon zo prettig maakt en die andere minder. Stel je nu voor dat die persoon de kamer binnenkomt en daarna de ander.
Stap 2: Aandacht naar het lichaam brengen
Als je eerst de ene persoon in de kamer uitnodigt, merk dan niet alleen op wat je over die persoon denkt, maar ga met je aandacht naar je buik, borst of keel. Wat gebeurt er daar? Wordt het opener, zachter, ruimer? Of juist strakker, meer gesloten, ga je oppervlakkiger ademhalen?
Stap 3: Blijven bij wat je voelt
Leg eventueel een hand op de plek waar je iets voelt en blijf daar even bij. Je hoeft het niet te veranderen, alleen op te merken hoe het daar is.
Stap 4: Verschillen opmerken
Doe dit voor beide personen en merk het verschil op in je lichaam. Vaak voel je direct dat je lichaam anders reageert, nog voordat je het in woorden kunt vatten.
Stap 5: Betekenis laten ontstaan
Sta even stil bij wat dit gevoel je zegt. Zonder het meteen te analyseren of te verklaren, kun je voorzichtig woorden laten ontstaan die erbij passen. Vaak merk je dat er dan iets verassends en nieuws komt, wat je nog niet zo met al je redenen had omgeschreven.
Dat is een eerste kennismaking met de felt sense. Je merkt dan dat je lichaam op een heel directe manier iets weet over een situatie. En dat is precies waar focusing mee werkt. Als je die gevoelde laag eenmaal begint op te merken, heb je eigenlijk al een belangrijke essentie van focusing te pakken.
Kun je een praktijkvoorbeeld beschrijven waarin een focusing-interventie veel in beweging bracht bij een cliënt?
Japke: Een cliënt kwam bij mij omdat er een sollicitatie speelde en dat veel onzekerheid en spanning opriep. In het focusingproces kwam die spanning heel duidelijk naar voren. Door daar rustig bij te blijven en te onderzoeken wat het nodig had, begon dat eerste gevoel te verschuiven.
Gaandeweg kwam er iets anders naar voren: een gevoel van vertrouwen. Zo van: wacht eens even, ik heb eigenlijk veel in huis. Dat was niet iets wat met het hoofd bedacht werd, maar iets wat van binnenuit voelbaar werd.
De volgende dag was het sollicitatiegesprek. Daar werd die oude onzekerheid eerst weer getriggerd, maar die werd nu wel herkend. Er kon even contact worden gemaakt met dat andere, stevigere gevoel en van daaruit kon de cliënt verdergaan. De sollicitatie verliep goed, maar belangrijker nog: de cliënt kon in dat gesprek echt anders aanwezig zijn.
Dat is voor mij heel typerend voor focusing. Je drukt iets niet weg, maar je geeft het aandacht. En juist daardoor kan het gaan shiften. Er komt ruimte, en van daaruit ontstaat iets nieuws.
Wil je zelf ervaren wat focusing kan betekenen voor jou in je praktijk? Lees dan meer over de cursus Focusing, een lichaamsgerichte methode.
Deel dit artikel
RINO op Twitter
Tweets van @rinoamsterdam