17 aug 2026
Maie el Boushy is klinisch psycholoog en is gespecialiseerd in groepspsychotherapie. Ze is opleider voor de NVGP en al jarenlang opleider van supervisoren voor de NVGP en NVP. Bij RINO Amsterdam was ze hoofddocent Behandeling binnen de opleiding tot klinisch psycholoog. Momenteel verzorgt ze voor diverse BIG-opleidingen de Basiscursus Groepsdynamica. Dit doet ze sinds een paar jaar ook voor de nascholing. In dit interview vertelt ze over haar fascinatie voor groepen, haar drijfveren als docent en haar visie op het vak.
Op je docentenprofiel lezen we dat groepspsychotherapie je de meeste voldoening geeft. Wat maakt het werken met groepen voor jou zo bijzonder?
Maie: "We leven continu in groepen. Je leven begint al in het gezin. Daarna ga je naar de basisschool, de middelbare school, eventueel ga je een vervolgopleiding doen, je krijgt vrienden en vriendinnen, collega's. Je ontwikkelt je altijd in relatie tot andere mensen. Dan is het eigenlijk best gek om te denken dat je je problemen het beste kunt oplossen door met één psycholoog in een kamer te gaan zitten.
Als mensen vergelijkbare problemen hebben, kunnen ze elkaar ongelooflijk veel bieden. Soms zelfs dingen die een therapeut één-op-één niet kan bieden. Natuurlijk heeft een therapeut een heel belangrijke rol als facilitator in een groep, maar wat er tussen groepsleden onderling ontstaat, is ontzettend krachtig. Andere groepsleden kunnen je een spiegel voorhouden. Ze kunnen vertellen hoe zij iets ervaren, hoe zij met een probleem omgaan en wat ze bij jou zien. En mensen nemen soms ook gemakkelijker iets aan van een ander groepslid dan van een therapeut. Bij een therapeut kun je nog denken: ‘Jij hebt makkelijk praten’. Zoiets denk je niet zo snel over iemand die in hetzelfde schuitje zit. Daarnaast kunnen groepsleden elkaar op een heel menselijke manier steunen. Een therapeut heeft een bepaalde professionele afstand.
Tegelijkertijd vinden veel cliënten het idee van groepstherapie in het begin spannend. Het gros van de mensen omarmt het advies om groepstherapie te gaan doen niet meteen. Mensen denken bijvoorbeeld dat het een soort tweede keus is, of dat een instelling het vooral aanbiedt omdat het goedkoper is. Ook bestaan er misverstanden, bijvoorbeeld dat groepstherapie alleen geschikt zou zijn als je problemen hebt in het contact met andere mensen. De kunst is dan om iemand goed uit te leggen waarom je denkt dat juist deze behandeling passend is en iemand te motiveren om het te proberen. Heel vaak hoor je vervolgens achteraf: ‘Had ik dit maar veel eerder gedaan. Misschien had ik niet jarenlang individuele therapie nodig gehad.’ Dat vind ik veelzeggend."
Eerder verscheen er ook een artikel over jou in ons BIG Magazine. Hierin noem je Irvin Yalom als een van je grote voorbeelden. Je bewondert zijn lef en de manier waarop hij iedere cliënt als uniek mens benadert. Wat heb jij het meest van hem geleerd en hoe zie je dat terug in je eigen werk?
Maie: "Mijn eerste kennismaking met Yalom was al tijdens mijn studie klinische psychologie aan de VU. In mijn doctoraalfase volgde ik een practicum groepsdynamica waarin we werkten met zijn leerboek. Wat mij vooral aansprak, was dat hij heel sterk vanuit zichzelf als persoon werkt en niet alleen vanuit een theoretisch kader dat volledig vastligt. Daarmee geeft hij zichzelf de ruimte om zich aan te passen aan wat een cliënt nodig heeft. Zorg op maat bieden, vind ik ook ontzettend belangrijk. Dat wil overigens niet zeggen dat ik tegen protocollen ben. Een protocol kan een prima leidraad of richtlijn zijn, maar je moet je er niet door laten beperken. Je moet altijd blijven kijken naar wat iemand nodig heeft en daar je werkwijze op kunnen aanpassen. Je moet blijven kijken naar de persoon die tegenover je zit: wat heeft deze mens nodig en hoe kan ik mijn werkwijze daarop aanpassen? Dat betekent bij groepstherapie natuurlijk niet dat je bij acht groepsleden acht volkomen verschillende behandelingen gaat uitvoeren. Wat je doet, moet ook door de groep gedragen kunnen worden. Maar je moet wel oog houden voor de uniciteit van ieder mens en flexibel genoeg zijn om daarop te reageren.
Yalom heeft daar een mooi metafoor voor dat me altijd is bijgebleven. Hij vertelt in een van zijn boeken over een Armeense kookcursus met vrienden. Hij wilde de gerechten zelf leren maken en kreeg precies uitgelegd hoe het moest, maar als hij het thuis maakte, smaakte het toch anders. Op een gegeven moment zag hij waarom. In de keuken werkte iemand mee die, zodra de kok wegliep, allerlei extra ingrediënten aan het eten toevoegde. Yalom noemt dat de throw-ins: de dingen die je er zelf nog in gooit.
Dat vind ik een prachtige metafoor voor therapie. Als therapeut breng je ook iets van jezelf mee. Iedereen heeft zijn eigen throw-ins, dingen die specifiek bij jou als persoon horen en die je werk kleur geven. Als je uitsluitend een protocol uitvoert waarin alles vastligt, is daar nauwelijks ruimte voor.
Jaren later heb ik Yalom ook persoonlijk leren kennen. In 2008 was hij in Nederland om op een congres te spreken. Hij verbleef toen in een appartement van onze buren samen met zijn vrouw. Hij gaf me dvd's met illustraties van zijn werk, die ik nog steeds in mijn onderwijs gebruik. Dat maakt zo'n leermeester natuurlijk nog bijzonderder.
Wat ik ook van hem heb geleerd, is dat de therapeutische relatie niet ophoudt wanneer de behandeling is afgerond. Laatst nam een voormalige cliënt via RINO Amsterdam weer contact met me op. Ik werkte niet meer bij de instelling waar zij behandeld was en kon niet rechtstreeks doen wat ze vroeg, maar ik kon haar wel helpen om op de juiste plek terecht te komen. Je kunt dan denken: ‘Ik werk daar niet meer, dus het is mijn verantwoordelijkheid niet.’ Zo ervaar ik dat niet. Ik heb met die persoon een belangrijke professionele relatie gehad. Als ik jaren later binnen mijn mogelijkheden nog iets voor iemand kan betekenen, dan doe ik dat. Ook dat hoort voor mij bij zorg op maat."
Je eigen loopbaan getuigt ook van behoorlijk wat lef. Op je negende verhuisde je vanuit Egypte naar Nederland. Van je ouders kreeg je mee dat je als nieuwkomer extra je best moest doen. Die instelling lijkt een rode draad in je carrière. Je studeerde klinische psychologie aan de VU, studeerde cum laude af en richtte vervolgens op meerdere plekken psychologische afdelingen op, waaronder in verpleeghuizen. Ook initieerde je een avondspreekuur op een psychiatrische polikliniek, waarmee je inspeelde op een duidelijke behoefte. Je bent dus vaak een pionier en vernieuwer geweest. Als je vooruitkijkt, welke ontwikkeling of verandering zou jij nog graag zien binnen de ggz?
Maie: "Er is dankzij de NVGP gelukkig steeds meer aandacht voor groepstherapie en dat vind ik een fantastische ontwikkeling. Voor mij staat voorop dat groepstherapie gewoon een ontzettend goede behandeling is. Het werkt net zo goed als individuele therapie en voor sommige mensen zelfs beter. Dat je daarmee ook meer mensen tegelijk kunt helpen en de wachtlijsten kunt terugdringen, is natuurlijk alleen maar mooi meegenomen.
Ik zou daarom graag zien dat er nog meer onderzoek wordt gedaan naar de effectiviteit van groepstherapie. Daar pleitte ik 25 jaar geleden eigenlijk ook al voor. Vanuit mijn eigen ervaring weet ik hoeveel mensen er ontzettend goed mee geholpen zijn, maar lange tijd is dat onvoldoende onderzocht. Gelukkig komt daar steeds meer aandacht voor. Marjolein Koementas-de Vos, die als plaatsvervangend hoofdopleider van de GZ-opleiding verbonden is aan RINO Amsterdam, is bijvoorbeeld gepromoveerd op onderzoek naar groepspsychotherapie. Ook andere collega's doen steeds meer onderzoek op dit gebied. Dat vind ik een heel mooie ontwikkeling.
Daarnaast hoop ik dat de groeiende aandacht voor groepstherapie hand in hand gaat met goede scholing. Groepstherapie is een ingewikkelde behandelmethodiek. Er gebeurt ontzettend veel in een groep en als behandelaar moet je weten hoe je die processen herkent en therapeutisch kunt inzetten. Wat mij betreft zou een basiscursus groepsdynamica daarom een vanzelfsprekend onderdeel moeten zijn voor behandelaren die met groepen gaan werken.
Ook zou meer samenwerking tussen instellingen kan helpen. Als instellingen regionaal meer samenwerken en naar elkaars groepen kunnen verwijzen, kun je het aanbod beter organiseren en groepen gemakkelijker vullen. Zo hoop ik dat groepstherapie steeds meer de plek krijgt die het wat mij betreft verdient binnen de ggz."
Je verzorgt sinds een paar jaar de Basiscursus Groepsdynamica in onze nascholing. Wat hoop je dat deelnemers na afloop anders doen of anders zien in hun werk met groepen?
Maie: "Als je een goede cursus volgt, zie je daarna dingen die je daarvoor niet zag. Dat is eigenlijk de essentie.
In een groep gebeurt ontzettend veel. Er zijn allerlei groepsprocessen gaande en zonder kennis daarvan merk je een deel daarvan misschien helemaal niet op. Of je ziet wel dat er iets gebeurt, maar weet niet goed hoe je dat op een productieve manier kunt gebruiken. Ik hoop daarom dat deelnemers na de cursus veel scherper kunnen kijken naar wat er in een groep gebeurt. Wat doe ik zelf als therapeut? Wat doe ik juist niet? Wat gebeurt er tussen de groepsleden? Wat betekent dat voor het behandelproces? En hoe kan ik die dynamiek ten gunste van mijn cliënten gebruiken?
De cursus is overigens ervaringsgericht. Dat vind ik belangrijk, omdat je groepsdynamica niet alleen uit een boek leert. Juist doordat deelnemers zelf ervaren wat er in een groep gebeurt, gaan ze processen herkennen die ze later ook in hun eigen groepen kunnen tegenkomen. Dat is trouwens ook een voordeel van het volgen van deze cursus in de nascholing. Deelnemers komen uit verschillende organisaties en kennen elkaar meestal niet. Daardoor voelen ze vaak meer vrijheid om te oefenen en persoonlijke dingen te delen.
Veel behandelaars vinden het begeleiden van groepen in het begin spannend. Welke tip geef je cursisten mee?
Maie: "Mijn eerste advies is eigenlijk heel eenvoudig: zorg dat je goed bent opgeleid. Alleen al doordat je een basiscursus volgt, stop je kennis en vaardigheden in je rugzak waardoor je met meer zelfvertrouwen een groep in kunt gaan.
Daarnaast zou ik beginnende groepstherapeuten aanraden om, als dat mogelijk is, samen te werken met een ervaren groepstherapeut. Als jij naast een goed opgeleide senior zit, kun je veel meer ontspannen. Zo’n rolmodel is heel leerzaam. Je ziet wat iemand doet, wanneer iemand intervenieert en juist wanneer iemand niets doet. Je kunt als het ware afkijken hoe het vak werkt en tegelijkertijd weet je dat er iemand naast je zit die kan bijspringen. Dat geeft enorm veel steun.
En het derde wat ik altijd belangrijk vind, is supervisie. Scholing, praktijkervaring en supervisie horen voor mij bij elkaar. Je kunt tijdens een cursus veel leren en met een ervaren collega een groep begeleiden, maar je hebt daarnaast iemand nodig die kritisch met je meekijkt naar wat jij aan het doen bent. Een goede supervisor kijkt niet alleen kritisch met je mee, maar helpt je ook om vertrouwen te krijgen in wat je doet.
En onthoud: Je hoeft als beginnend behandelaar niet meteen alles te kunnen. Werken met groepen is echt een vak, en dat leer je steeds beter door ervaring op te doen en je verder te ontwikkelen. Als je investeert in opleiding en supervisie, wordt het niet alleen minder spannend. Het wordt vooral ook veel interessanter en leuker, omdat je steeds beter gaat zien hoeveel er in een groep mogelijk is."
Meer weten over groepsdynamica en Maie el Boushy?
Wil je je verder verdiepen in groepsdynamica? Bekijk dan de Basiscursus Groepsdynamica.
Wil je Maie el Boushy beter leren kennen en meer horen over haar visie en ervaringen? Beluister dan ook de podcast met Maie van Boom Uitgevers of lees het interview met haar waarin ze terugblikt met een oud-cliënt op de behandeling.