08 okt 2026
Als prof. dr. Onno van Schayck (CAPHRI) terugkijkt op zijn carrière, zijn er een paar projecten die eruit springen: het nicotinevaccin (dat jammer genoeg niet werkte), de ondertunneling van de A2 (waarvoor zijn onderzoek over longfuncties bij kinderen cruciaal was), een project in India waar oventjes werden ontwikkeld om de te voorkomen dat kinderen en moeders aan rook werden blootgesteld en De Gezonde Basisschool van de Toekomst. “Dat project is wel echt een heel bijzondere,” zegt hij. “Omdat het direct zichtbaar effect heeft. Omdat het kinderen een betere start geeft. Omdat het laat zien dat wetenschap en maatschappij samen iets moois kunnen neerzetten.
Een telefoontje dat alles veranderde
Het was een gewone werkdag, ergens in 2010, toen professor Onno van Schayck de telefoon opnam. Aan de andere kant iemand van de Raad van Toezicht van scholenstichting Movare in Parkstad Limburg. De boodschap was duidelijk en urgent: “We zitten met een groot probleem. Onze kinderen groeien op in een vicieuze cirkel van schooluitval, ziekte en ongezond gedrag. Hoe kunnen we dat doorbreken?” Parkstad was geen uitzondering. In wijken als Rotterdam-Zuid, Amsterdam-West, Kanaleneiland en Overvecht in Utrecht zagen onderzoekers al jaren datzelfde patroon: kinderen die opgroeien in omstandigheden waar gezondheid, onderwijs en toekomstperspectief onder druk stonden.
Van Schayck, die toen al decennialang onderzoek had gedaan naar leefstijl en preventie, voelde direct dat dit een unieke kans was. “Niet alleen om wetenschap toe te passen, maar om écht iets te veranderen. We weten al lang dat volwassenen moeilijk te veranderen zijn,” zegt hij. “Maar kinderen? Die zijn nieuwsgierig, staan open voor nieuwe ervaringen. Als je gezond gedrag op een speelse manier aanbiedt, pakken ze het op”.
Het fundament: draagvlak boven alles
Het idee voor de Gezonde Basisschool van de Toekomst (GBT) was geboren, maar de uitvoering zou nog een uitdaging worden. Van Schayck en zijn team (een mix van wetenschappers, GGD-medewerkers, schoolbesturen, leerkrachten, ouders en leerlingen) wisten: als dit zou slagen, moest het van iedereen zijn. Geen top-down benadering, geen verplichte maatregelen, maar een beweging die van onderaf groeide.
“In het begin hoorde ik op ouderavonden weleens: ‘Wat komt die Hollandse professor hier doen? Die wil onze opvoeding overnemen’”, lacht Van Schayck. “Gelukkig woonde ik al jaren in Limburg, dus ik verstond het. Mijn antwoord was simpel: we doen niets zonder jullie. Als 80% van de ouders en leerkrachten niet achter het plan staat, doen we het niet”. Dat was een radicale keuze. Officieel zou 50%+1 voor medezeggenschap genoeg zijn, maar het team legde de lat hoger. Scholen waar het draagvlak ontbrak, vielen af en alleen waar het enthousiasme groot was, werd gestart
Het experiment: vier scholen, duizenden metingen
In 2015 was het zover. Vier basisscholen in Parkstad deden mee: twee met de volledige interventie (gezonde voeding, extra beweging, verlengde schooldag) en twee met alleen extra beweging. Vier andere scholen fungeerden als controlegroep. In totaal werden zo’n 2.500 leerlingen gedurende vier jaar gevolgd; met beweegmeters, voedingsdagboeken, metingen van BMI, buikomvang en buikvet en interviews met ouders, leerkrachten en kinderen. De resultaten waren verbluffend:
- Obesitas werd geremd: in de controlegroep steeg de BMIZ-score (gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht) aanzienlijk – een mini-epidemie in een notendop. Bij de kinderen met de volledige interventie bleef de lijn vlak. Zelfs buikvet, de meest schadelijke vorm en een belangrijke voorspeller voor diabetes en hartziekten, nam af.
- Gelukkiger kinderen: al na een half jaar zagen onderzoekers dat kinderen zich beter voelden, school leuker werd en dat de sfeer veranderde: rustiger lunches, meer sociale interactie, minder haast. Leerlingen scoorden hoger op welzijnsvragenlijsten (van gemiddeld 6,7 naar 8,7).
- Minder pestgedrag: een onverwacht, maar welkom effect. Uit onderzoek bleek dat van de 50 antipestprogramma’s in Nederland er maar drie wetenschappelijk effectief ware, en die deelden alle drie elementen met GBT. “We hadden het niet voorspeld, maar het was achteraf logisch,” zegt Van Schayck. “Als kinderen zich veilig voelen, pesten ze minder en als er niet gepest wordt, leren ze beter”.
- Betere leerprestaties: het meest opvallende resultaat was te zien bij de leerprestaties. Kinderen in Parkstad scoorden normaal gesproken 17% lager dan het landelijk gemiddelde op rekentoetsen en Cito-scores. Maar op de GBT-scholen scoorden kinderen 6% hoger dan het landelijk gemiddelde. “Een verschil van bijna 25%”, benadrukt Van Schayck. “Als je dat acht jaar volhoudt, krijg je een ander schooladvies. Dat is kansengelijkheid in optima forma”.
De olievlek: van Limburg naar heel Nederland
De resultaten spraken voor zich en scholen die aanvankelijk sceptisch waren, sloten alsnog aan. Ouders merkten dat hun kinderen thuis vrolijker waren, minder snoepten, meer bewogen. Sommige kinderen gingen zelfs hun ouders corrigeren: “Mam, dit is niet gezond!” De beweging groeide als een olievlek. In 2019, toen de eerste data werden gepubliceerd, was de reactie overweldigend. Toenmalig staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS) vroeg het RIVM om te berekenen wat het zou kosten om GBT landelijk in te voeren. Het antwoord: een miljard euro. Maar de return on investment was enorm. Social Finance heeft in een maatschappelijk kosten-batenanalyse laten zien dat elke euro die in Nederland geïnvesteerd wordt in GBT, bijna € 7,50 oplevert.
Toch ging de implementatie niet vanzelf. “In Nederland lopen we achter op landen als Zweden en Finland, waar gezonde lunches op school al jaren normaal zijn,” zegt Van Schayck. “Maar juist omdat het contrast bij ons zo groot is, zijn de effecten nog indrukwekkender”. Gelukkig waren er gemeenten, vooral in lage SES-wijken, die het initiatief omarmden. Daardoor groeide het aantal GBT-scholen in Limburg de afgelopen jaren van 4 naar 40, met de ambitie om nog verder door te groeien. Landelijk zijn er nu honderden scholen geïnteresseerd om te gaan beginnen, soms onder andere namen (zoals Jump In in Amsterdam). “Het heet niet overal GBT, maar dat maakt niet uit. Het gaat om de kern: gezonde voeding, beweging en een veilige, stimulerende omgeving”.
Waarom dit project zo bijzonder is
Van Schayck heeft in zijn carrière zo’n 60 onderzoeksprojecten geleid. De meeste waren wetenschappelijk interessant, maar niet allemaal succesvol. GBT was anders. “Dit is een van de weinige projecten waar alles beter werkte dan we hadden durven hopen en op zoveel niveaus: gezondheid, welzijn, onderwijs en kansengelijkheid”.
Wat maakt GBT zo uniek?
- Co-creatie: het is geen project van de universiteit, maar echt samen met scholen, ouders en kinderen. “Als je het van bovenaf oplegt, krijg je weerstand. Wij hebben er samen aan gebouwd”.
- Wetenschappelijke onderbouwing: nooit eerder was er een zo groot, langdurig en gecontroleerd onderzoek naar de effecten van gezonde leefstijl op basisschoolleeftijd.
- Maatschappelijke impact: het project toonde aan dat preventie werkt; niet alleen in theorie, maar in de praktijk.
De toekomst: van experiment naar standaard, een erfenis van hoop
Tien jaar na de start van het eerste GBT-experiment staat het project op een kruispunt. De Stichting Implementatie GBT wordt binnenkort opgeheven en ingebed binnen JOGG, de landelijke organisatie die zich inzet voor gezond gewicht bij jeugd. “Zij kunnen het landelijk coördineren,” zegt Van Schayck. “Wij blijven onderzoek doen, maar de focus verschuift naar implementatie”. De ambitie is dat over 10 tot 20 jaar GBT (of een variant daarvan) de norm is in Nederland. “Ik kan me haast niet voorstellen dat het niet doorgaat,” zegt Van Schayck. “Dit gun je elk kind. En als je kijkt naar de kosten-batenanalyse, is het een no-brainer. We hebben laten zien dat het kan. Nu is het aan de politiek, de gemeenten en de scholen om het door te zetten. Want elk kind verdient deze kans”.
Tekst: Eline Dekker
Foto: Joey Roberts
Bron: Maastricht University