RINO Noord-Holland Nascholing en opleiding GGZ

Een nieuwe houding

Over bewegings- en lichaamgerichte therapie

In september start bij de RINO de nieuwe éénjarige opleiding Bewegings- en lichaamsgeoriënteerd werken in de GGZ. Hoofddocenten Mia Scheffers en Henriëtte van der Meijden vertellen over deze benadering, die zij vanuit hun achtergrond in bewegingswetenschappen vormgeven.

Als aanraken altijd gelijk heeft gestaan aan slaan, dan zul je zo iemand opnieuw moeten leren dat er ook andere, prettige vormen van aanraken zijn. Dat is iets wat je iemand niet op cognitief niveau kunt leren. Dat moet je ervaren.

Aandacht voor het lichaam

Bij een aantal nieuwe stromingen in de psychotherapie, waaronder Mindfulness Based Stress Reduction, speelt aandacht voor de signalen van het lichaam en de betekenis hiervan een belangrijke rol. Er is sprake van een hernieuwde aandacht voor lichamelijkheid binnen de GGZ, zegt Mia Scheffers, bewegings- en lichaamsgericht psychotherapeut en docent aan de Faculteit der Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit. "Je zou kunnen zeggen dat het een reactie op het multitasken van deze tijd is. Je kunt niet constant van alles tegelijk doen. Focus geeft rust, en zorgt dat je meer kunt genieten. De basis van ons bestaan is toch lichamelijk. Je kunt je leven niet zittend achter een computer vormgeven."

Henriëtte van der Meijden, GZ-psycholoog en supervisor van de Masteropleiding Psychomotorische Therapie aan de Hogeschool in Zwolle, constateert een toenemend enthousiasme bij hulpverleners om met lichaam en beweging bezig te zijn. De door hen ontwikkelde opleiding sluit hierbij aan. "Het unieke aan onze bewegings- en lichaamsgerichte aanpak is dat het een overzicht geeft over een scala aan technieken, waarbij steeds centraal staat welke benadering voor wie geschikt is."

Running therapie als onderdeel van Bewegings- en lichaamsgeoriënteerd werken in de GGZ

Running therapie als onderdeel van Bewegings- en lichaamsgeoriënteerd werken in de GGZ

Uit het spoor van ellende

Een van de doelen van bewegings- en lichaamsgerichte therapie is om mensen nieuwe, positieve en speelse ervaringen te geven als alternatief voor hun huidige situatie. Scheffers vertelt: "Voor veel mensen geldt dat ze al zo lang in hetzelfde spoor van ellende zitten dat ze er zelf niet meer uit komen. Ze zitten zo vast in die ene 'groef', bijvoorbeeld door depressie, dat ook positieve lichamelijke ervaringen uit het verleden ondergesneeuwd zijn geraakt. Wij proberen die kant naar boven te halen. We proberen met bewegings- en lichaamsgerichte therapie gedragsalternatieven te creëren en niet te blijven hangen in denken en analyseren. Naast het waarom is het ook relevant dat mensen betekenis kunnen verlenen aan lichamelijke signalen en zo hun problematiek en de gevolgen ervan kunnen her- en erkennen. Op basis hiervan kan iemand leren hoe dingen anders te doen." Het aanleren van nieuwe, lichamelijke vaardigheden kan dan ook een krachtig instrument zijn om de machteloosheid die gepaard gaat met veel (chronische) problemen te doorbreken. "We geven mensen letterlijk een nieuwe houding," zegt Van der Meijden. "Neem iemand die jarenlang slachtoffer is geweest van geweld. Als aanraken altijd gelijk heeft gestaan aan slaan, dan zul je zo iemand opnieuw moeten leren dat er ook andere, prettige vormen van aanraken zijn. Dat is iets wat je iemand niet op cognitief niveau kunt leren. Dat moet je ervaren."

De bewegings- en lichaamsgerichte therapie maakt gebruik van het zogenaamde biopsychosociale model: een integratief model waarin de mens niet gereduceerd wordt tot enkel biologische of mentale processen maar juist bekeken wordt als een complex van interacties tussen lichaam, geest en omgeving. Een belangrijk uitgangspunt dat de bewegings- en lichaamsgerichte benadering hier aan toevoegt is de beschouwing van het lichaam als centrum van ervaringen. De gebruikte metafoor van mensen die vastzitten in een 'groef' sluit hierbij aan: gedrag dat lang genoeg herhaald wordt gaat in het lichaam zitten en komt tot expressie in houding en beweging.

Het is niet voor niets dat een verschijnsel als de burn-out tegenwoordig zo vaak voorkomt. Daar zijn de denkprocessen helemaal losgeraakt van het lichaam. De geest ratelt maar door, maar het lichaam zegt op een gegeven moment gewoon ho!

Niet-talige herinneringen

Een ander gebied waar de bewegings- en lichaamsgerichte therapie zich mee bezighoudt is traumabehandeling. Scheffers vertelt: "Trauma geeft extreem verlies van controle over ons lichaam. Bij het terugwinnen van die controle is een lichaamsgerichte benadering essentieel. Uit onderzoek blijkt dat bij heftige trauma’s de herinneringen gefragmenteerd en incompleet in de talige centra van het brein worden opgeslagen. De ervaring is zo overweldigend, pijnlijk en heftig dat regressie optreedt, en de gebeurtenissen op primitieve wijze worden opgeslagen." Om de metafoor van groeven nog een keer te gebruiken: in plaats van door lang herhaald gedrag ontstaan bij een hevig trauma in één keer diepe groeven. Het feit dat zulke traumatische herinneringen niet-talig zijn, is een onderbouwing voor het gebruik van nonverbale technieken in behandeling. "Trauma leidt ook tot een basaal verlies van vertrouwen in de medemens; interactie via sport en spel kan een eerste stap in herstel van dit vertrouwen zijn. Mensen met een trauma hebben op lichamelijk niveau allerlei signalen van extreme angst, spanning en boosheid. Ook deze symptomen zijn gebaat bij een lichaamsgerichte benadering."

Zowel bij kleine kinderen als bij ouderen is goed te zien hoezeer het lichaam de basis is van ons functioneren. Van der Meijden: "Bij oudere mensen zie je dat de verbale en cognitieve vaardigheden afnemen. Ze maken daardoor moeilijker contact en raken vaak geïsoleerd. Contact op lichamelijk niveau wordt dan ook steeds belangrijker, bijvoorbeeld in sport- en speloefeningen. Bij mensen met Alzheimer bijvoorbeeld helpt beweging letterlijk om functies in werking te houden. Het is een manier om contact te blijven maken met anderen en met de wereld." Binnen het biopsychosociale model is dit dus de sociale component. "We gaan uit van een relationeel mensbeeld, waarin de relatie met anderen en met de wereld cruciaal is voor het functioneren en voor het welzijn." En dat geldt ook voor kinderen, zegt Van der Meijden: "Kijk maar naar het moment dat kinderen leren om te staan. Wat een gigantische stap in hun ontwikkeling is dat, als ze vanuit kruipen ineens gaan staan en de wereld vanuit dat perspectief kunnen bekijken. Dat is een puur lichamelijke, sensitieve ervaring. Pas later ontstaat daaroverheen de cognitieve laag."

Zo bekeken zijn de cognitieve en verbale vaardigheden eigenlijk maar een tijdelijk verschijnsel in een mensenleven. "Tussen ons kind-zijn en bejaard worden hebben we een tijdje een extra laag van cognitie," vat Van der Meijden het samen. "Maar bij veel volwassenen wordt die laag zo groot en dominant – als een soort waterhoofd van denken en praten – dat we vergeten dat de basis nog steeds lichamelijk is. Het is niet voor niets dat een verschijnsel als burn-out tegenwoordig zo vaak voorkomt. Daar zijn de denkprocessen helemaal losgeraakt van het lichaam. De geest ratelt maar door, maar het lichaam zegt op een gegeven moment gewoon ho! Door de dominantie van de cognitie nemen mensen hun lichaam in feite niet meer serieus, en negeren de signalen die het lichaam hen geeft."

Running therapie

Een algemeen probleem van onze moderne, snelle tijd is dat mensen moeite hebben met schakelen, zoals Scheffers het uitdrukt. "Mensen zitten vaak al zo lang in een hoge versnelling dat ze niet meer weten hoe ze gas terug moeten nemen. Hun leven is druk, druk, druk en ze vergeten hun rust te nemen. In de bewegings- en lichaamsgerichte therapie leren we mensen hoe ze weer kunnen schakelen."

Het omgekeerde komt ook voor: mensen die zo lang stil hebben gestaan dat ze niet meer weten hoe ze moeten starten. Met name voor mensen bij wie de lichamelijke integriteit is geschonden, bijvoorbeeld als gevolg van een trauma, is het vaak moeilijk om weer contact te maken met hun eigen lichaam. Van der Meijden: "Vreemd genoeg is het langetermijneffect van traumatische ervaringen iets wat nu pas aandacht begint te krijgen. Veel traumabehandelingen, zoals EMDR [Eye Movement Desensitization and Reprocessing, red.], zijn gericht op het desensitiveren van traumaprikkels. Dat kan heel effectief zijn om een trauma te verwerken, maar vervolgens zit je met dat lichaam – en dan? Wij richten ons dus op het overgangsgebied van traumatische ervaringen naar nieuwe, positieve ervaringen."

Menig therapeut zit graag aan de andere kant van het bureau, zodat de verhoudingen duidelijk afgebakend blijven. Naast iemand gaan zitten voelt al heel anders. En samen met een cliënt gaan wandelen of hardlopen is voor veel therapeuten helemaal een vreemde ervaring.

Een van de bekendere vormen van het bewegings- en lichaamsgeoriënteerd werken is running therapie. Hardlopen als therapie dus. Uit onderzoek van onder andere de Faculteit der Bewegingswetenschappen blijkt dat hardlopen bij (lichte) depressies een vergelijkbaar effect heeft als psychotherapie. Maar ook hier benadrukken Scheffers en Van der Meijden dat de therapie bij de cliënt moet passen, en niet andersom. Scheffers schetst een praktijkvoorbeeld van een vrouw die bij een psychotherapeut komt. Ze maakt een opgejaagde, angstige indruk en slaapt niet. De therapeut wil haar behandelen op voorwaarde dat ze ook mee gaat doen aan running therapie. De vrouw zegt echter dat ze niet kan rennen, waarna ze op haar verzoek een aangepaste vorm van running therapie krijgt: wandeltherapie. De therapeut vindt het belangrijk dat ze hieraan meedoet, terwijl de vrouw zelf er het nut niet van inziet. "Die vrouw zegt: 'Ik wandel ‘s nachts al genoeg.' En gelijk heeft ze. In haar situatie is wandelen niet een nieuwe ervaring maar juist een voortzetting van haar huidige gedrag. Voor haar is wandelen geassocieerd met angst en piekeren. Een alternatieve aanpak had kunnen zijn om met de vrouw te werken aan 'lopen in slow-motion'. Daarmee leer je haar om terug te schakelen en aandacht te hebben voor wat ze voelt als ze langzaam loopt en de aandacht meer naar binnen is gericht."

Lijfelijke aanwezigheid

Een belangrijk uitgangspunt van de bewegings- en lichaamsgerichte aanpak is de participerende rol van de therapeut. De therapeut is niet alleen een helpende stem, maar dient 'aan den lijve' aanwezig te zijn en te participeren in de therapie. Scheffers: "Voor veel hulpverleners is dit een eng vooruitzicht. Met name voor hoogopgeleiden, met hun over-cognitie, is dit een confrontatie met henzelf. Menig therapeut zit graag aan de andere kant van het bureau, zodat de verhoudingen duidelijk afgebakend blijven. Naast iemand gaan zitten voelt al heel anders. En samen met een cliënt gaan wandelen of hardlopen is voor veel therapeuten helemaal een vreemde ervaring."

Maar dat is precies wat bewegings- en lichaamsgerichte therapie biedt: nieuwe, lichamelijke ervaringen. Voor Van der Meijden begint dit al op het moment dat cliënten binnenkomen. In haar behandelruimte staan geen stoelen, maar een aantal zitblokken verspreid door de ruimte. "Het eerste wat ik vraag als een cliënt binnenkomt is: 'Waar wil je zitten?' Het aardige hiervan is dat iedereen – hoe vreemd ze de situatie misschien ook vinden – een duidelijke voorkeur blijkt te hebben voor een bepaalde plaats om te zitten. Dicht bij de deur, of juist met uitzicht op het raam. Dat zegt al heel veel over iemand. Bovendien is het een eerste manier om mensen te ontregelen. Dat is uiteindelijk wat we doen: de 'normale', veelal negatieve ervaring van mensen ontregelen en ze alternatieve, positieve ervaringen bieden."

Zie ook

Tekst Bernard Vehmeyer

Webdesign minus 3