Over de behandeling van slachtoffers van huiselijk geweld
RINO-docente Margreet Visser is als klinisch psycholoog verbonden aan het Kinder- en Jeugdtraumacentrum (KJTC) te Haarlem. Het KJTC, een samenwerking van de Jeugd-RIAGG Noord-Holland Zuid en OCK het Spalier, is gespecialiseerd in langdurige trauma's bij seksueel misbruik, huiselijk geweld en kindermishandeling. Voor de behandelingen na seksueel misbruik en bij huiselijk geweld zijn speciale methodieken ontwikkeld, de zogenaamde Horizonmethode.
Uit onderzoek in opdracht van het Ministerie van Justitie blijkt dat meer dan 40% van de Nederlandse bevolking ooit te maken heeft gehad met huiselijk geweld. Van deze groep ervaart een op de tien dagelijks of wekelijks deze vorm van geweld.1 Huiselijk geweld komt voor in alle lagen en culturen van de samenleving. Voor de kinderen van gezinnen waar huiselijk geweld voorkomt was lange tijd weinig aandacht, vertelt Margreet Visser. "Huiselijk geweld werd vroeger vrij simpel gezien. Er was een dader, de vader, en een slachtoffer, de moeder. Daaromheen zweefden dan nog wat 'derden', dat waren de kinderen, voor wie eigenlijk geen aandacht was. Als het geweld maar ophield was de situatie 'opgelost' en werd er verder niet naar hen omgekeken."
Inmiddels is duidelijk dat geweld tussen ouders voor een kind net zo traumatiserend is als kindermishandeling. "Het getuige zijn van geweld veroorzaakt evenveel schade bij een kind als wanneer het zelf slachtoffer van geweld is. Je moet je voorstellen, die kinderen hebben totaal geen vertrouwen meer. Want als je je vader en moeder niet kan vertrouwen, wie dan wel? Ze ontwikkelen een heel negatief zelfbeeld, krijgen nachtmerries en allerlei somatische klachten." Voor de behandeling van deze getraumatiseerde kinderen ontwikkelde Margreet Visser, samen met Francien Lamers-Winkelman en Ingrid Leeuwenburgh, een speciale therapie, de Horizonmethode.
De Horizonmethode werd in eerste instantie ontwikkeld als behandelmethode voor slachtoffers van seksueel misbruik. Het is een traumagerichte, cognitieve gedragstherapie in de groep, met daarnaast een parallelle groep voor ouders, meestal de moeders. "Die therapie bleek zo goed te werken dat we dat ook zijn gaan doen voor slachtoffers van huiselijk geweld. Maar opvallend genoeg bleek het voor die groep veel minder goed te werken. Toen zijn we gaan brainstormen over wat eigenlijk het verschil is tussen deze groepen."
Moeders denken vaak: 'Ik heb mijn kinderen goed beschermd. Ze wisten van niks, ze lagen altijd te slapen als het gebeurde.' Maar in werkelijkheid zaten de kinderen bovenaan de trap te luisteren, en wisten ze precies wat er gebeurde.
Bij seksueel misbruik komt de dader in 60% van de gevallen van buiten het gezin. In die gevallen is er in principe een normale gezinssituatie. Bovendien is seksueel misbruik iets wat stiekem, in het geheim gebeurt, terwijl daarbuiten het leven gewoon doorgaat. "Dat gewone leven geeft ons aanknopingspunten om in de therapie mee te werken. Maar bij huiselijk geweld ligt dat anders. Het geweld is alomtegenwoordig, er is niet iets daarbuiten. Wij krijgen hier kinderen die echt voor alles bang zijn. Vaak zit de vader in de gevangenis of is uit beeld verdwenen. Maar soms worden ze nog gestalkt door hun vader. Die kinderen schieten al helemaal in de stress van het geluid van een binnenkomend sms-je – want misschien is het papa wel."
Een essentieel onderdeel van de therapie is de interactie tussen ouder en kind, en het normaliseren van hun relatie. Maar huiselijk geweld is in veel gevallen gericht tegen de moeder. "Zij is dus zelf slachtoffer, ze is bang of depressief, en is eigenlijk alleen maar bezig met overleven. In de behandelmethode die we voor slachtoffers van huiselijk geweld hebben ontwikkeld beginnen we dan ook met de moeders. Die behandelen we eerst met hun eigen klachten, we leren ze hoe een veilige situatie te creëren en hoe weer moeder te worden. Daarna pas gaan we met de kinderen aan de slag."
We noemen alles meteen bij de naam, ook voor de jongere kinderen. We leggen hen uit wat therapie is en waarom ze hier zijn. 'Je bent hier omdat papa mama geslagen heeft.' Het heeft geen zin om daaromheen te draaien.
Het behandeltraject begint met zes weken therapie voor de moeders. Daarna volgen 15 sessies waarin de kinderen een uur lang worden behandeld, in een kleutergroep en een groep voor de basisschool. Parallel daaraan krijgen de ouders ouderbegeleiding in de groep, en aansluitend komen de moeders bij de kinderen in de groep voor een gezamenlijk half uur therapie. "Moeders denken vaak: 'Ik heb mijn kinderen goed beschermd. Ze wisten van niks, ze lagen altijd te slapen als het gebeurde.' Maar in werkelijkheid zaten de kinderen bovenaan de trap te luisteren, en wisten ze precies wat er gebeurde. Het is dus ook belangrijk om in de gezamenlijke sessies te zorgen dat de kinderen vertellen aan hun moeder hoe zij het hebben meegemaakt, hoe confronterend dat ook is. Sowieso noemen we in de therapie alles meteen bij de naam, ook voor de jongere kinderen. We leggen hen uit wat therapie is en waarom ze hier zijn. 'Je bent hier omdat papa mama geslagen heeft.' Het heeft geen zin om daaromheen te draaien."
Terwijl moeders leren onderscheid te maken tussen hun eigen problemen en die van hun kinderen, is misschien wel het belangrijkste wat aan de kinderen wordt geleerd dat het nooit hun schuld is. Margreet Visser: "In de ontwikkeling van kinderen zit een fase, ongeveer van vier tot zes, van wat we het 'magisch denken' noemen. Dat is de fase dat ze alles op zichzelf betrekken en de hele wereld om hen draait. Maar dat betekent dat ze ook het geweld dat ze meemaken op zichzelf betrekken. Ze denken dat het hun schuld is dat mama wordt geslagen door papa, en gaan zich daardoor heel slecht en onbetekenend voelen. In feite wat we proberen is om het verhaal in hun hoofd te veranderen en wat realistischer te maken."
Na afloop van het traject is ongeveer een op de vijf kinderen nog niet klaar. "Die kunnen het traject nog een keer doorlopen. Ja, en sommigen komen op latere leeftijd terug met andere problemen, bijvoorbeeld in hun eigen relaties. Uiteindelijk hebben die kinderen zoveel meegemaakt, dat beïnvloedt hun hele verdere ontwikkeling. Maar voor de meeste kinderen werkt de therapie heel erg goed, het is echt mooi om te zien hoe ze opknappen." Ze denken dat het hun schuld is dat mama wordt geslagen door papa, en gaan zich daardoor heel slecht en onbetekenend voelen. In feite wat we proberen is om het verhaal in hun hoofd te veranderen en wat realistischer te maken.
Het KJTC werkt momenteel aan het opzetten van een samenwerking met De Waag, een organisatie voor daderhulpverlening, en Forum Educatief, centrum voor forensische geneeskunde en gedragswetenschappen. Beide organisaties zijn onderdeel van de Van der Hoeven Stichting in Utrecht. Deze samenwerking is vrij uniek, aangezien daderhulp en slachtofferhulp in Nederland apart gefinancierd worden, vanuit respectievelijk Justitie en de GGZ. Margreet Visser: "We zouden dat graag anders zien, maar ja, die structuur zie ik op korte termijn niet veranderen. Als je kijkt naar Amerika, daar hebben ze een oplossing gevonden in multidisciplinaire centra waar het hele gezin terecht kan, zowel daders als slachtoffers. Zo ver zijn we hier nog lang niet, maar deze nieuwe samenwerking is een stap in de goede richting."
"Want door ook de daders in het behandeltraject te betrekken," zegt Margreet Visser, "kunnen we naar het hele gezin kijken, en hen een veilige plek bieden om te kijken hoe ze verder moeten met elkaar. Het blijft immers toch familie. Veel vaders geven aan dat ze willen stoppen en hun gedrag willen veranderen. Die moet je, vind ik, dan ook hulp bieden. En zoniet, als vader gewoon niet anders kan communiceren dan met zijn vuisten, dan moet je dat ook duidelijk krijgen. Alleen al om de kinderen ermee te laten omgaan dat ze hun vader niet meer zullen zien."
1 Bron: Factsheet Huiselijk Geweld, Ministerie van Justitie, 2007.
Tekst Bernard Vehmeyer