RINO Noord-Holland Nascholing en opleiding GGZ

Morgen ga ik het allemaal anders doen

Over de behandeling van eetstoornissen

Binnenkort start de RINO Noord-Holland met een cursus over eetstoornissen. De Jeugd-RIAGG Noord-Holland Zuid en de Geestgronden werken al een aantal jaren samen in de voorlichting over en behandeling van eetstoornissen. RINO-docenten Anneke Kapteyn en Madeleine de Vilder vertellen over de complexe en vaak onbegrepen wereld van anorexia, boulimia en eetbuistoornissen.

Om meteen een vooroordeel de wereld uit te helpen: eetstoornissen komen niet alleen bij vrouwen voor, maar ook bij mannen. "Wij zien meestal meisjes en vrouwen, maar inmiddels druppelgewijs ook jongens en mannen. De verhouding is ongeveer een op tien," zegt Madeleine de Vilder. De Vilder en Anneke Kapteyn, verbonden aan respectievelijk de Geestgronden en de Jeugdriagg Noord-Holland Zuid, begonnen in 1999 met een voorlichtingscursus over eetstoornissen. Kapteyn: "We signaleerden dat mensen met eetstoornissen laat hulp zoeken. Bij eetstoornissen werkt het zo dat hoe langer het eetgedrag verstoord is, hoe moeilijker het is om er vanaf te komen. Het raakt steeds meer ingebed in het leefpatroon, tot er een heel dubbelleven kan ontstaan van leugens en schaamte. We zijn toen gaan kijken hoe we meer preventief konden gaan werken, en hebben een cursus opgezet. Geen therapie, want dat is voor veel mensen een te hoge drempel, maar een informatieve cursus."

De Cursus Eetstoornissen van zeven bijeenkomsten wordt inmiddels drie tot vier keer per jaar gegeven, en zit altijd vol. De minimumleeftijd voor de cursus is vijftien jaar, maar er is geen leeftijdslimiet (de oudste deelnemer tot nu toe is 72). De Vilder: "Die spreiding van leeftijden blijkt erg goed te helpen voor mensen om de ernst van de situatie in te zien. Oudere vrouwen motiveren de jongeren doordat ze zeggen, 'Kind, wat goed dat je hulp hebt gezocht. Ik wou dat er in mijn tijd zoiets was als dit.' Terwijl de jongeren vaak enorm schrikken van het feit dat het ook bij oudere vrouwen voorkomt. Die zeggen dan, 'Ik dacht dat het vanzelf over zou gaan.'"

Anneke Kapteyn en Madeleine de Vilder

Anneke Kapteyn en Madeleine de Vilder

Eten als stemmingdemper

Het doel van de cursus is informatie geven over de stoornis en de gevolgen daarvan. Dat kan soms al een verandering in motivatie teweegbrengen, en het maakt ook de stap naar therapie makkelijker. Een therapiegroep duurt meestal een heel schooljaar, wat al aangeeft dat de behandeling van een eetstoornis vaak een langdurig proces is. Kapteyn: "Het is een hele hardnekkige stoornis, juist omdat het om zoiets dagelijks gaat als eten. Daarbij heeft het een grote fysiologische en psychische component, want eten werkt stemmingdempend. Van heel weinig eten kom je in een euforische stemming, je wordt er een beetje high van. En heel veel eten dempt de emoties. Beiden werken dus als een fysieke verslaving met een duidelijke beloning, namelijk dat je je even niet rot voelt. Het gaat uiteindelijk om niet willen voelen, door middel van veel eten of juist niet eten. Dat mechanisme werkt in beide gevallen hetzelfde."

Een belangrijk verschil tussen anorexia nervosa en boulimia nervosa – de twee bekendste eetstoornissen – is de zichtbaarheid ervan. De Vilder: "Anorexia, zeker bij jonge meisjes, is meestal snel zichtbaar. De omgeving, meestal de ouders, gaat zich zorgen maken, en vaak hebben die meisjes in het begin meer last van hun omgeving die erover zeurt dan van hun lage gewicht. Boulimia daarentegen is veel minder zichtbaar. Hier gaat het vele eten altijd gepaard met compensatiegedrag, zoals sporten of braken. Daardoor worden ze niet dik, en wordt de stoornis ook niet, of te laat, gesignaleerd. Voor deze groep komt hulp in de meeste gevallen pas heel laat."

'Je moeder vindt dat je een eetprobleem hebt. Vind jij dat ook?' Maar het meisje zei dat er niks aan de hand was. Toen we vroegen of verder alles goed ging, zei ze, 'Jawel hoor, behalve dat ik zo klein ben.' Dat meisje had nog niet de link gelegd tussen haar eetgedrag en het feit dat ze niet meer groeide.

Eten in een trance

Naast anorexia en boulimia is er nog een derde eetstoornis, de eetbuistoornis, waar sinds een paar jaar een aparte therapiegroep voor is. Hoewel nog niet officieel gediagnostiseerd in de DSM IV, behalve als 'niet anderszins omschreven stoornis', zijn de symptomen duidelijk te onderscheiden van boulimia. Kapteyn, die zich heeft gespecialiseerd in deze stoornis, beschrijft het als extreme eetbuien, maar zonder het compensatiegedrag van boulimia. "Het gevolg is dat deze mensen erg dik worden, met alle negatieve gevoelens van schaamte, schuld en lichamelijk lijden van dien. Ze eten dan ook meestal stiekem, het liefst niet in gezelschap of in het openbaar. Hun omgeving denkt dat ze gewoon dik zijn, en spreekt hen daarop aan. Door de gevoelde afwijzing van de buitenwereld, de negatieve zelfwaardering en de verminderde mobiliteit raken ze soms in een sociaal isolement en voelen zich gedeprimeerd. De eetbuien gaan vaak gepaard met gedissocieerd gedrag: ze eten als in een trance en beseffen pas achteraf hoeveel ze hebben gegeten. Dan voelen ze zich een slappeling, ze zijn letterlijk ziek van zichzelf."

De Vilder: "Anneke zegt altijd dat mensen met een eetbuistoornis anorexisch denken. Ze denken, 'Morgen ga ik het allemaal anders doen,' alleen weten ze vaak niet hoe ze dat aan moeten pakken." Kapteyn vult aan: "Mensen met een eetbuistoornis spelen voor de buitenwereld vaak de rol van 'gezellige dikkerd'. Het tragische is dat ze op een gegeven moment zonder die rol het gevoel hebben niks waard te zijn."

Oudere vrouwen motiveren de jongeren doordat ze zeggen, 'Kind, wat goed dat je hulp hebt gezocht. Ik wou dat er in mijn tijd zoiets was als dit.' Terwijl de jongeren vaak enorm schrikken van het feit dat het ook bij oudere vrouwen voorkomt. Die zeggen dan, 'Ik dacht dat het vanzelf over zou gaan.'

Eten is autonomie

Een eetstoornis gaat vaak gepaard met depressie. "Wat er eerst komt is eigenlijk een kip-ei vraag," aldus De Vilder. "Vroeger werd er geredeneerd: we moeten eerst de depressie behandelen, want als iemand minder somber is zal het eetgedrag ook veranderen. Tegenwoordig grijpen we juist eerst in op het niveau van het eetgedrag. Eerst moeten het lichaam en de hormoonhuishouding weer op orde komen." De vraag is echter hoe je iemands eetgedrag kunt veranderen, juist als eten zo'n centrale plaats in hun leven inneemt. "Het braken na een eetbui bijvoorbeeld wordt bijna een Pavlov-effect. Het is als het ware de toestemming om te mogen eten. Zie dat maar eens te veranderen."

Een belangrijk inzicht is dat eten te maken heeft met autonomie, zo benadrukt Kapteyn. "Het is van jou, van jouw lijf, met jouw motivatie. Kijk maar naar kleine kinderen: als die weigeren te eten dan kan je als ouder op je kop gaan staan, maar ze eten gewoon niet. Kinderen weten al heel jong dat ze op het gebied van eten zeggenschap hebben over hun eigen lichaam. Met andere woorden: wil je iemands eetgedrag veranderen dan moet je aansluiten bij hun eigen motivaties. Daarom is psycho-educatie ook zo belangrijk: we geven mensen informatie over eetstoornissen en wat de gevolgen daarvan zijn voor hun lichaam, voor hun stemming en hun denken. Met die informatie kunnen ze een bewuste keuze maken voor verandering."

De Vilder geeft een voorbeeld van een meisje van vijftien van wie de moeder zich zorgen maakte over haar eetgedrag. "We zeiden tegen haar, 'Je moeder vindt dat je een eetprobleem hebt. Vind jij dat ook?' Maar het meisje zei dat er niks aan de hand was. Toen we vroegen of verder alles goed ging, zei ze, 'Jawel hoor, behalve dat ik zo klein ben.' Dat meisje had nog niet de link gelegd tussen haar eetgedrag en het feit dat ze niet meer groeide. Ze was verbaasd toen we haar dat vertelden, maar ook verheugd om te horen dat ze met meer eten daar mogelijk verandering in kon brengen. En de volgende dag belde ze op dat ze mee wilde doen aan de cursus."

Op de spaarbrander

Keer op keer blijkt in de cursus hoe weinig mensen weten over de lichamelijke processen die aan de stoornis ten grondslag liggen. De Vilder: "Mensen met anorexia voelen zich ijzersterk door hun grote discipline, doordat ze controle ergens over hebben. Tot de lichamelijke gevolgen komen en ze te zwak worden voor bepaalde dingen, of ze bijvoorbeeld last van haaruitval krijgen. Tegelijkertijd denken ze, als ik begin met eten kan ik niet meer stoppen en word ik meteen dik." En in eerste instantie is dat ook zo, maar om een andere reden dan ze denken, zegt Kapteyn. "Bij anorexia is het zo dat het lichaam op de 'spaarbrander' gaat, het raakt eraan gewend om met weinig voeding op een laag pitje te functioneren. Als je dan ineens weer normaal gaat eten schakelt dat mechanisme niet meteen mee om. Het lichaam kijkt als het ware eerst nog even de kat uit de boom. Het gevolg is dat inderdaad het gewicht eerst omhoog gaat, wat hun ideeën over dik worden weer bevestigt. Voorlichting hierover is belangrijk om te durven veranderen."

Die onwetendheid geldt soms ook voor hulpverleners en huisartsen. De Vilder: "Uit de multidisciplinaire richtlijn eetstoornissen blijkt dat mensen die zich aanmelden voor hulpverlening gemiddeld al vijf jaar bij de huisarts kwamen met vage klachten als moeheid en buikpijn – maar de link met eten werd niet gelegd." Het belangrijkste doel voor de cursus die De Vilder en Kapteyn bij de RINO gaan geven is dan ook om kennis over te brengen. Kapteyn beaamt: "Het is opvallend hoe weinig hulpverleners soms weten over eetstoornissen. Ook in mijn eigen psychotherapie-opleiding kwam het alleen zijdelings aan bod. De laatste jaren is er gelukkig steeds meer aandacht voor dit onderwerp."

Mensen met een eetbuistoornis spelen voor de buitenwereld vaak de rol van 'gezellige dikkerd'. Het tragische is dat ze op een gegeven moment zonder die rol het gevoel hebben niks waard te zijn.

Zoals het succes van de Cursus Eetstoornissen bewijst, begint de behandeling van eetstoornissen bij een goede voorlichting, en vooral zonder verplichtingen. Kapteyn: "De deelnemers krijgen informatie maar er wordt geen gedragsverandering van hen verwacht. We proberen ze natuurlijk wel uit te dagen. Bijvoorbeeld om te stoppen met braken, want dat is iets waar ze vaak veel last van hebben. Maar aan de andere kant zijn ze bang om ermee te stoppen. Dan geven we tips, zoals 'Probeer het eens uit te stellen, of een keertje niet te doen. Het lukt wel, maar wees niet te ongeduldig.'" De Vilder: "Het zijn vaak hele krachtige vrouwen en mannen, maar ze gebruiken hun kracht op een zelfdestructieve manier. Wij proberen hen te leren hoe ze hun kracht positief kunnen aanwenden."

Zie ook

Tekst Bernard Vehmeyer

Webdesign minus 3