Dhr. drs. P. Donkersloot (Pim)

Pim Donkersloot is als pedagoog en gezinstherapeut werkzaam bij Childcenter, een multidisciplinair centrum voor hulpverlening aan kinderen in het autistisch spectrum en hun ouders. Hij is zelf vader van twee kinderen in het autistisch spectrum.

Interview

De Floortime-methode ontdekte hij in de Verenigde Staten, waar hij workshops volgde bij Stanley Greenspan. Hij haalde de methode naar Nederland, en werkte aan de vertaling van Greenspan's boek 'Als uw kind speciale aandacht nodig heeft'. Ook is hij auteur van het boek 'Autisme, een probleem voor het hele gezin' (1990).

Wat is Floortime voor u?

Ik heb eigenlijk twee petten op als het gaat om Floortime. Enerzijds ben ik als ouder van twee kinderen in het autistisch spectrum een medesoldaat aan het front. Anderzijds heb ik een achtergrond als pedagoog en gezinstherapeut, en weet ik dus ook van de mechanismen in een gezin met een autistisch kind. Het is onvermijdelijk dat de relaties onder druk komen te staan, niet alleen tussen ouders en kind, maar ook tussen de ouders onderling. Dat gezinsaspect heb ik in mijn boek ('Autisme, een probleem voor het hele gezin') beschreven, en daar gaat mijn workshop voor ouders ook over. Floortime stimuleert het opzoeken van de wederkerigheid van communicatie. Je probeert mee te doen met de activiteit van het kind, en daarbij de communicatie zo lang mogelijk te rekken. Het is een mythe dat autistische kinderen geen contact maken. Dat doen ze wel degelijk, alleen je moet het als ouder wel leren herkennen. Tegen ouders zeg ik altijd: 'Ga voor de twinkeling in hun ogen', want als je die ziet bij je kind, dan weet je dat je contact hebt. Het leuke is als je ziet dat kinderen gaan communiceren als middel om iets van hun omgeving gedaan te krijgen. Ze gaan het dan zelf leuk vinden, omdat ze er meer controle over hun omgeving mee krijgen. En dat is precies wat ze daarvoor niet hadden – hun relatie met hun omgeving werd voor die tijd juist gekenmerkt door frustratie en onmacht.

Wat spreekt u het meeste aan in Floortime?

Floortime is een van oorsprong Amerikaanse methode, en dat kan je goed merken. Er is een duidelijk verschil in mentaliteit tussen de Verenigde Staten en Nederland. Wij hebben al gauw de Calvinistische neiging om te praten in termen van wat het kind niet kan. Dat is goedbedoeld hoor. Maar het vervelende is dat zo'n lijst van wat je kind allemaal niet kan bij de ouders alle hoop en energie weghaalt. Je moet juist benadrukken wat het kind wel kan, zodat je ook de ouders nieuwe energie geeft! Vandaar ook de nadruk op ontwikkeling in de Floortime-methode. Om een voorbeeld te geven, wij zijn zelf ooit met Julia – onze dochter in het autistisch spectrum – naar Greenspan gegaan in Washington. Het eerste wat hij zei was: 'Ik ben niet geïnteresseerd in diagnoses.' Wat hij bedoelde is dat op die jonge leeftijd waarop kinderen volop in ontwikkeling zijn een diagnose niet meer dan een momentopname is. Als je daar teveel waarde aan hecht blijf je er therapeutisch in hangen. Misschien zit het kind allang in een andere fase. Greenspan wilde Julia zelf zien, en zei toen: 'Je hebt geen idee van waar haar plafond ligt.' Hoe je navigeert in de wereld is voor een belangrijk deel afhankelijk van hoe je prikkels verwerkt – hoe je voor jezelf kan bepalen wat wel en wat niet belangrijk is, welke prikkels je kan negeren en op welke je moet reageren.

Wat beschouwt u als het belangrijkste inzicht van Floortime?

Een fundamentele vooronderstelling van de Floortime-methode is dat emotie een voorwaarde is voor cognitie. Daarin onderscheidt de methode zich ook duidelijk van andere therapieën, die meestal juist op het niveau van gedrag interveniëren. Greenspan gaat uit van een zestal ontwikkelingsvaardigheden die als het ware de basis leggen voor cognitieve vaardigheden. De meeste kinderen maken zich die ontwikkelingsvaardigheden probleemloos eigen, maar autistische kinderen hebben op dit gebied een achterstand. De manier waarop prikkels binnenkomen en verwerkt worden is bijvoorbeeld een voorwaarde voor betekenisgeving, en dus voor cognitieve vaardigheden. Hoe je navigeert in de wereld is voor een belangrijk deel afhankelijk van hoe je prikkels verwerkt – hoe je voor jezelf kan bepalen wat wel en wat niet belangrijk is, welke prikkels je kan negeren en op welke je moet reageren. Natuurlijk gaan autistische kinderen ook cognitief anders met informatie om. Maar het inzicht van Greenspan is dat de ontwikkelingsvaardigheden daaraan vooraf gaan. Zolang je die vaardigheden niet hebt geleerd kun je wel aan cognitieve vaardigheden gaan werken, maar dan blijft het altijd een soort trucje. Dat zie je ook bij de taalontwikkeling. Ze leren misschien wel bepaalde woorden zeggen – maar het zijn als ballonnen in de lucht. Het mist betekenis.

Hoe verhoudt Floortime zich tot andere methoden?

Een belangrijk doel van Floortime is om de flexibiliteit bij autistische kinderen te vergroten. Gedragstherapie of cognitieve therapie is vaak juist gebaseerd op het repeteren van gewenst gedrag. Cognitieve therapie kan heel goed werken, maar bij autistische kinderen is het belangrijk dat het dynamisch wordt toegepast. Anders werkt het averrechts en versterkt het ritualistisch gedrag alleen maar. Autistische kinderen zijn heel ritualistisch ingesteld; dat is voor hen een manier om zich veilig te voelen. Repetitief gedrag is een uiting van weerstand tegen verandering. Autistische kinderen zoeken altijd naar 'sameness'. Ze kunnen soms al grote moeite hebben als ze van de ene kamer naar de andere kamer lopen. Daar is het namelijk anders – het licht, het geluid, de temperatuur, enzovoorts – al die kleine dingen waar wij nooit bij stil staan, maar die bij het kind ongefilterd binnenkomen.

Hoe past u Floortime toe bij ChildCenter?

Bij ChildCenter hanteren we een heel open model. Eigenlijk grijpen we gewoon alles aan wat werkt, of het nu muziektherapie is of ergotherapie of neuropsychologie. We hebben wel altijd een bepaalde gedeelde grondhouding, die kenmerkend is voor Floortime. Namelijk een volgende houding naar het kind, gericht op het verbeteren van de communicatie. Daarbij is het allerbelangrijkste dat je als hulpverlener je eigen creativiteit inbrengt. Als Marius de Vos bijvoorbeeld met een kind speelt, dan gebruikt hij puur zichzelf als instrument. Dat is overigens ook het fijne van het boek van Greenspan – het heeft een zekere openheid, en geeft ruimte voor nieuwe inzichten. Zijn model is als een stuk gereedschap voor ouders, dat je op allerlei manieren kunt gebruiken.

Gerelateerde artikelen

Cursussen & opleidingen