Leren op je handen zitten

Over de leergang De bestuurder als professionele coach

Samen met Movimento startte de RINO een coachingsleergang die bestuurders in de zorg de gelegenheid biedt hun coachingsvaardigheden verder te ontwikkelen. Voor zowel de cursisten als de docenten pakte de eerste cursus boven verwachting goed uit.

Met coachen help je mensen in hun persoonlijke groei en het zorgt tegelijkertijd voor persoonlijke ontwikkeling in je eigen leiderschap. Je moet jezelf kennen voordat je een ander kunt coachen.

Leren op je handen zitten

Movimento startte samen met RINO Noord-Holland een bestuurlijke coachingsleergang die bestuurders in de zorg de gelegenheid biedt om hun coachingsvaardigheden verder te ontwikkelen. Voor zowel de cursisten als de docenten pakte de eerste cursus van deze leergang boven verwachting goed uit.

Wat is er mooier dan terugkomen van een leergang en van de mensen binnen je organisatie te horen krijgen: ik merk dat je gegroeid bent. Het overkwam Kleis Pit (raad van bestuur MEE Twente) na zijn deelname aan de bestuurlijke coachingsleergang die Movimento met de ervaren coachingsdocenten Aukje Delahay en Marianne van der Pool had opgezet. Pit vertelt: ‘Coaching is ook een vorm van zelfreflectie. Als coach ben je ondersteunend aan degene die tegenover je zit, zodat die zichzelf een stap verder kan helpen. Maar je bent snel geneigd als coach om de waaromvraag te stellen en daarmee loop je het risico deuren dicht te gooien. Deze coachingsleergang heeft mij geleerd niet meer die waaromvraag te stellen, maar juist deuren te openen. Soms door door te vragen, maar op andere momenten juist door even op mijn handen te gaan zitten en te wachten waarmee de ander komt. Dat is persoonlijke winst voor mij en daarmee automatisch ook winst voor degenen die ik coach.’

Andere deelnemers zijn net zo positief van deze leergang teruggekeerd als Pit. Carla Lasonder bijvoorbeeld (lid raad van bestuur RIBW Midden-Brabant), die zegt: ‘Coachen is een vak apart. Je helpt er mensen mee in hun persoonlijke groei en het zorgt tegelijkertijd voor persoonlijke ontwikkeling in je eigen leiderschap. Je moet jezelf kennen voordat je een ander kunt coachen. Zo’n coachingsleergang helpt je daarbij. En die helpt je ook om te beseffen dat je niet zelf met oplossingen moet komen, maar gebruik moet leren maken van het feit dat de oplossing feitelijk al in die ander zit.’

En Peter Razenberg, ziekenhuisbestuurder, tevens coach en op de drempel om deze loopbaan verder uit te bouwen, is al net zo positief. Hij vertelt: ‘Het gedachtegoed van dienend leiderschap heeft mij altijd aangesproken, omdat dit mensen de ruimte geeft om zichzelf te ontwikkelen. Maar na vijftien jaar als eindverantwoordelijk bestuurder ga je onwillekeurig toch op basis van ervaring werken, en dan is zo’n coachingsleergang goed om weer eens tot nieuwe inzichten te komen. Ik heb hier nieuwe coachingsmethodieken geleerd die ik in mijn eigen ervaring een praktische plaats kan geven.’

Positief en oplossingsgericht

De docenten die de groep de weg wezen, zijn Aukje Delahay en Marianne van der Pool. Delahay was twaalf jaar directielied van Riagg Amsterdam, naast een eigen praktijk als psychotherapeut. Nu werkt ze onder andere met conflicten binnen teams en met bestuurders in een nieuwe levensfase. Van der Pool is executive- en carrièrecoach, gespecialiseerd in talentontwikkeling en genderdynamiek in organisaties. Ze coacht managers, ondernemers en professionals. Ze begonnen samen vijftien jaar geleden een van de eerste coachingsbureaus in Nederland en werken samen in Talent in Balans.

‘Wij delen het enthousiasme van de deelnemers volledig’, zegt Delahay. ‘We hebben een positieve en oplossingsgerichte manier van  coachen centraal gezet in deze leergang en we hebben een heel bevlogen groep tegenover ons gevonden. We hebben zelf allebei veel ervaring in bestuur en coaching en weten daarom dat bestuurders weinig positieve bekrachtiging krijgen vanuit de organisaties waarin ze werken. Ze krijgen toch vooral kritiek te verwerken. Een leergang als deze is dan echt een cadeautje voor ze.’

Van der Pool erkent dit. ‘Organisaties zijn veranderd’, zegt ze, ‘en leidinggeven is al lang niet meer “Je doet wat ik zeg”, wat het vroeger was. Leidinggeven is veel meer coachend en dienend geworden. En dan is het prettig voor de cursisten van onze leergang – mensen die toch veelal op eenzame posities binnen een organisatie fungeren – om hun ervaringen te kunnen delen en nieuwe kennis op te doen.’ Het feit dat de coaches hierbij kozen voor een positieve aanpak, heeft enorm goed gewerkt om de cursisten erbij te betrekken. Delahay legt uit: ‘We vroegen de ene helft om zich voor te stellen en vroegen vervolgens van de andere deelnemers om alleen in positieve termen feedback te geven op de groep, niet op de individuele deelnemers dus. Dan creëer je meteen een veilige omgeving. Het gaat er immers om wat deze mensen met elkaar aandurven.’ En dat pakte nog beter uit dan de docenten hadden gehoopt. ‘De sfeer werd al snel vertrouwelijk’, zegt Van der Pool.

Goede groepsdynamiek

Die vertrouwelijke sfeer legde de basis voor een leergang waarin de coaches theorie konden overdragen en verder de cursisten heel veel ruimte boden om praktische vaardigheden te toetsen. ‘De inhoud was goed en de verpakking – de coaches en de andere cursisten – was prachtig’, vat Pit enthousiast samen. En Lasonder zegt: ‘De coaches vroegen ons bijvoorbeeld om via tekeningen onze persoonlijke achtergrond te schetsen. Op zo’n manier leer je elkaar spelenderwijs kennen en komen ook persoonlijke dingen naar boven. Ik heb me daar honderd procent veilig bij gevoeld, het was respectvol. Uit de coahingsgesprekken die ik sinds die tijd binnen de organisatie voer, komt duidelijk meer terug dan voorheen.’

De geringe grootte van de groep was hierbij een duidelijk voordeel, vindt Razenberg. ‘Er was heel veel ruimte voor interactie en oefening’, vertelt hij. ‘En de verhouding tussen de coaches was ook goed. Waar de een heel direct was in de interactie, bood de ander structuur en onderbouwing.’ Die groepsgrootte moet dan ook vooral beperkt blijven, stelt Van der Pool. ‘Het waren er nu acht en het moeten er in volgende leergangen zeker niet meer dan twaalf worden’, zegt ze, ‘anders krijgt het een andere dynamiek.’ En er komt een terugkomdag voor de groep waartoe Pit, Lasonder en Razenberg behoorden. ‘Dat willen ze allemaal’, zegt Delahay. ‘En ze kunnen zelf aangeven welke onderwerpen ze daarin aan bod willen laten komen. Ze hebben dus zelf een grote inbreng in het programma.’

Dit artikel is geschreven door Frank van Wijk voor het Movimento bulletin.

Meer weten?

De volgende leergang start in november. Meer informatie vindt u op www.rino.nl/339.

 

 

Artikelen

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2005

Docenten