Het spoor van het kind volgen
Pim Donkersloot en Marius de Vos over de Floortime-methode
Vanaf de zomer gaan bij de RINO een aantal korte workshops en een langere opleiding Floortime van start. Floortimers van het eerste uur Pim Donkersloot en Marius de Vos vertellen over deze ontwikkelingsgerichte methode gericht op kinderen in het autistisch spectrum.

Je legt contact met een kind op zijn of haar specifieke niveau. Dat is de plek van ontmoeting, de startplaats om te werken aan de betrokkenheid met de buitenwereld.
Speltijd
“Floortime betekent ‘spel-tijd’, maar voor mij is het eigenlijk een gesprek,” aldus Marius de Vos. “Zoals bij elk gesprek tussen volwassenen, maak je in het begin contact door naar overeenkomsten te zoeken. Bij Floortime gebeurt hetzelfde: ik kijk wat het kind doet, en doe hetzelfde. Ik ga zijn wereld in. Zo maak je contact, zonder te oordelen. Met of zonder woorden maak je duidelijk: ‘Wat doe jij? Ik doe met je mee.’” De Floortime-methode richt zich op het vergroten van de emotionele, intellectuele en sociale mogelijkheden van kinderen in het autistisch spectrum. Uit onderzoek blijkt dat zowel de cognitieve als de neurologische ontwikkeling van deze kinderen kan worden gestimuleerd door hen te benaderen op hun eigen unieke niveau, en vanaf jonge leeftijd. Vandaar ook dat de ouders een belangrijke rol spelen, zij brengen immers de meeste tijd door met hun kind. Pim Donkersloot, pedagoog en gezinstherapeut, ontdekte Floortime in de Verenigde Staten en volgde er workshops bij de geestelijk vader van de methode, professor Stanley Greenspan. Donkersloot haalde de methode vervolgens naar Nederland, en werkte later aan de vertaling van Greenspan’s boek ‘Als uw kind speciale aandacht nodig heeft’.
Prikkelverwerking
“Een vooronderstelling van de Floortime-methode is dat emotie een voorwaarde is voor cognitie,” stelt hij. “Daarin onderscheidt de methode zich ook duidelijk van andere therapieën op dit gebied, die meestal juist op het niveau van gedrag interveniëren.” Greenspan gaat uit van een zestal basale ontwikkelingsvaardigheden, zoals het verwerken van prikkels en het vermogen tot wederkerige communicatie. De meeste kinderen maken zich deze vaardigheden probleemloos eigen, maar autistische kinderen hebben hier meer moeite mee. Een ander uitgangspunt is dat ieder kind anders is, en dus specifieke aandacht behoeft. Zoals Marius de Vos aangeeft: “Je legt contact met een kind op zijn of haar individuele niveau. Dat is de plek van ontmoeting, de startplaats om te werken aan de betrokkenheid met de buitenwereld. Vanuit die interactie kan een kind verder groeien dan veel mensen zouden verwachten, inclusief de ouders zelf.” Donkersloot en De Vos verheugen zich over de toenemende bekendheid van de Floortime-methode in Nederland. Het opleidingsaanbod dat binnenkort bij de RINO van start gaat, komt op een goed moment. Beiden zien in hun eigen praktijk een groeiende vraag naar kennis en scholing, zowel bij ouders als hulpverleners. Donkersloot geeft aan: “Het model biedt nieuwe inzichten en technieken, en is daarmee een stuk gereedschap dat op allerlei manieren inzetbaar is.”
